De Intelligentie van Wetenschap versus de Wetenschap van Intelligentie
Anne
Marmenout is doctor in de Moleculaire Biologie en heeft als postdoctoraal onderzoeker
jarenlang in gerenommeerde Biotech bedrijven gewerkt. Momenteel is ze verbonden
aan een hogeschool in België waar ze onder andere Moleculaire Biologie
doceert.
In een samenleving die door wetenschap en technologie geregeerd wordt, neemt
het wetenschappelijk onderwijs uiteraard een prominente plaats in. Waar we ons
op dit moment ook mogen bevinden, we zien ons overal omringd door producten
van wetenschap en technologie: onze kleren, de materialen van de kamer waarin
we ons bevinden, de muziek die we op dit moment misschien op de achtergrond
horen. Het meeste zou er niet zijn zonder voorafgaande wetenschappelijke ontdekking,
verdere ontwikkeling en technologische toepassing.
Het is dan ook helemaal niet verbazingwekkend dat tegenwoordig veel belang
wordt gehecht aan het wetenschappelijk onderwijs. Iedere cultuur is immers van
nature geneigd om haar voornaamste erfgoed aan de volgende generatie door te
geven.
Vandaag de dag wordt de wetenschappelijk getrainde geest geassocieerd met specifieke
kwaliteiten zoals observatie, vergelijking en analyse, accurate herhaling, logische
deductie en de vaardigheid om strategische problemen op te lossen. In het begin
van de twintigste eeuw hebben psychologen tests ontwikkeld om deze eigenschappen
te meten en te kwantificeren. Al gauw ondergingen schoolkinderen zogenaamde
IQ-tests om hun IQ of IntelligentieQuotiënt te bepalen.
Tegenwoordig is een meerderheid van psychologen het erover eens dat IQ-tests
een graadmeter zijn voor de volgende kwaliteiten: (1) onze capaciteit om in
abstracte termen te kunnen denken, (2) ons vermogen tot redeneren en het oplossen
van strategische problemen plus (3) onze bedrevenheid in het verwerven van nieuwe
kennis.
Intelligentie zou je kunnen omschrijven als de psychologie flux van al ons
doen en laten, en het omvat een hele waaier van expressies.
Nog maar vijf jaar geleden werd door Daniel Goleman het begrip emotionele intelligentie
ingevoerd als het vermogen om zowel onze eigen gevoelens als die van anderen
bewust te ervaren en te begrijpen. Het is een expressie van onze capaciteit
tot medeleven en inleven, en ons vermogen om op adequate wijze met zowel pijn
als vreugde om te gaan. De term 'emotionele intelligentie' (EQ) is in zekere
zin nogal misleidend omdat juist een geringe onderhevigheid aan, of zelfs afwezigheid
van potentieel schadelijke emoties zoals woede, naijver, jaloersheid enzovoort,
getuigen van een hoge emotionele intelligentie.
Ook zou ik graag de reikwijdte van deze vorm van intelligentie uitbreiden tot
het vermogen tot medeleven en inleven met alle levensvormen, dus ook met dieren
en planten.
De term 'zielsintelligentie' lijkt me dan ook meer geschikt, op voorwaarde natuurlijk
dat we het erover eens zijn dat ons gevoelsleven en onze gewaarwording eerder
tot het terrein van de ziel dan tot het terrein van onze bewuste rationele vermogens
(IQ) behoren.
IQ
denkt, zielsintelligentie voelt, wordt gewaar. IQ wijst op een bewust proces
van analyse en vergelijking, een óf/óf proces dat alleen rekening
houdt met wat we ons bewust realiseren. Zielsintelligentie is een én/én
proces, dat alles in overweging neemt, met inbegrip van de vele signalen die
ons brein waarneemt, zonder dat we ons daarvan bewust zijn (zoals de meeste
signalen van en naar het lichaam bijvoorbeeld, of de vele signalen uit de omgeving,
die we niet bewust registreren wanneer we volledig opgaan in een conversatie.)
IQ herhaalt en breidt uit. Zielsintelligentie streeft naar harmonie en evenwicht
en komt in actie wanneer dit ontbreekt. IQ houdt zich strikt aan de regel, aan
de formule, ongeacht de gevolgen. Zielsintelligentie daarentegen is de zetel
van ons geweten.
IQ doet aan deductie. Zielsintelligentie is 'helderziend', het wéét
gewoon. In een meteoroloog, die het weer voorspelt op basis van statistieken,
is IQ aan het werk. In een boer die het weer voorspelt terwijl hij een wandeling
maakt over zijn land, is zielsintelligentie aan het werk. In een rechercheur,
die het probleem door middel van logica probeert op te lossen, is IQ aan het
werk. Een politie-eenheid, die een helderziende consulteert om een probleem
op te lossen (zoals het opsporen van een vermist kind), probeert zielsintelligentie
in te zetten.
Waarschijnlijk vergen alle zogenaamde toevallige ontdekkingen een goede dosis
zielsintelligentie. Om maar één voorbeeld uit de vele te noemen:
Alexander Fleming zou waarschijnlijk nooit penicilline hebben ontdekt, als hij
geen aandacht had besteed aan het feit dat sommige bacteriën niet langer
in staat zijn om te groeien in de aanwezigheid van een schimmel, die toevallig
zijn reinculturen had besmet. Fleming stelde vast dat het evenwicht was verstoord,
dat er "iets aan de hand was". IQ zal dit negeren en gewoon opnieuw
beginnen, het zal zich strikt houden aan het vooropgezette plan. Zielsintelligentie
daarentegen zal dit nader onderzoeken en wéten dat hier iets te ontdekken
valt.
Desalniettemin
zijn rationele intelligentie (IQ) en zielsintelligentie (EQ), ondanks alle verschillen,
integraal met elkaar verbonden want beide opereren binnen de bestaande grenzen.
Ze houden zich zelden in eerste instantie bezig met het 'waarom' van regels,
formules, situaties of evenwichten.
En ze concentreren zich niet op oorzaken, noch op het vinden van een brede waaier
aan - en dus mogelijk betere - benaderingswijzen.
Echte creativiteit vergt nog een andere intelligentie. Het vergt 'spirituele
intelligentie', een term die vorig jaar voor het eerst werd ingevoerd door Danah
Zohar en Ian Marshall. Alleen spirituele intelligentie (SQ) is in staat om een
situatie te transformeren, om boven de algemene trend uit te stijgen en te reiken
naar nieuwe horizonten en inzicahten. Het wordt geboren uit de drang om onze
grenzen te verleggen en om in het (nog) onbekende door te dringen.
Leonardo da Vinci beschikte ongetwijfeld over een flinke dosis spirituele intelligentie,
want hij heeft niet alleen nieuwe kunstvormen, maar ook wetenschappelijke ontdekkingen
en nieuwe technologieën in de wereld geïntroduceerd. En ook mensen
als Mozart en Beethoven, Galileo en Newton, Mendelejev en Einstein, om slechts
een paar namen te noemen, moeten spiritueel enorm begaafd geweest zijn.
Mendelejev
zag, na jaren werk en research, het Periodiek Systeem der Elementen in een droom
en opende aldus de deur naar alle moderne chemie. Einstein, die over het algemeen
door zijn leraren als een luie vlerk werd beschouwd, durfde het aan om vraagtekens
te zetten bij de gangbare paradigma's binnen de fysica en veranderde het aangezicht
van de wereld met zijn Relativiteitstheorie.
Al deze mensen waren bezeten door dat éne idee, door dat éne
verlangen dat hen voortdreef, en gingen volledig op in het najagen van hun eigen
'Heilige Graal'. En hetzelfde geldt voor musici als Mozart en Beethoven, schrijvers
zoals William Shakespeare, enzovoort. Allen brachten ze iets in de wereld dat
daarvóór nog nooit gehoord, gelezen, of geweten was. Ze haalden
het als het ware tevoorschijn vanuit het ongeziene en het ongehoorde.
Sommige van deze genieën stonden bekend als 'moeilijke' mensen, en het
kan best zijn dat het hen aan de nodige zielsintelligentie ontbrak om de harmonie
in hun relaties te kunnen bewaren. Want niet alle vormen van intelligentie zijn
noodzakelijkerwijs in dezelfde mate ontwikkeld. Sommige mensen kunnen voornamelijk
IQ-georiënteerd zijn (rationele analyse), andere eerder EQ- (zielsintelligentie)
en nog andere zijn misschien vooral SQ-georiënteerd (spirituele intelligentie).
Deze nieuwe inzichten in de aard en draagwijdte van intelligentie hebben vérstrekkende
gevolgen want ze nopen ons ertoe om het huidig (wetenschappelijk) onderwijssysteem,
dat overal ter wereld voornamelijk IQ-georiënteerd is, opnieuw te bekijken.
Volgens deze inzichten biedt een hoog IQ op zich immers geen garantie voor het
feit of iemand al dan niet een goede wetenschapper wordt.
Zonder
enige zielsintelligentie zou een persoon tot een immorele wetenschapper kunnen
uitgroeien, en zonder een zweem van spirituele intelligentie wordt de kans bijzonder
klein dat er ooit nog iets nieuws uit de bus komt.
Verder tonen deze inzichten ook aan dat mensen die eerder EQ- of SQ-georiënteerd
zijn, het risico lopen om binnen het kader van het wetenschappelijk onderwijs
in de kou te blijven staan, hoewel ze een substantiële en belangrijke bijdrage
kunnen leveren. Een op IQ gebaseerd educatiesysteem vraagt immers in eerste
instantie naar stereotype antwoorden, terwijl een EQ-georiënteerd iemand
eerder alomvattende en een SQ-georiënteerd iemand mogelijk zelfs totaal
onvoorspelbare antwoorden, en eventueel bijkomende vragen, zal genereren. (Noch
de Relativiteitstheorie noch het Periodiek Systeem der Elementen, bijvoorbeeld,
waren in hun tijd voorspelbaar, integendeel, beide kwamen als een schok.).
In een wereld, die in essentie door wetenschap gedragen wordt, is een heroriëntatie
van het wetenschappelijk onderwijs, conform deze nieuwe inzichten, volgens mij
dan ook een kwestie van zowel algemeen als individueel belang. Mogelijk wil
het wetenschappelijk onderwijs nieuwe wegen gaan bewandelen, die alle aspecten
van menselijke intelligentie erkennen én stimuleren. Wellicht geen gemakkelijke
taak, maar een taak die de auteur van dit artikel desalniettemin graag ter harte
neemt.
Anne Marmenout, België
top | TOPAZ Home | Template Netwerk |