Het verzorgingshuisproject
"Ouderen verdienen het beste te krijgen van wat we in staat zijn te geven.
Toen wij jong waren, zorgden zij immers voor ons"
Otto Bignell (37) werkt in een verzorgingshuis in Oegstgeest
bij Leiden. Hij is administrateur in het huis dat een gemotiveerde en toegewijde
staf heeft. Ondanks de grote inzet van begeleiders merkt hij dat zij vaak aan
vele persoonlijke innerlijke behoeften van de ouderen in deze belangrijke laatste
levensfase niet tegemoet kunnen komen, omdat er geen tijd en geld voor is. Vanuit
de wens de staf daarbij te helpen, neemt hij het op zich zélf een bijdrage
te leveren aan het welzijn van de bewoners. Het instigeert hem nieuwe wegen
te onderzoeken om de inspanningen van begeleiders en staf te ondersteunen. Dat
resulteert in een serie ongebruikelijke, creatieve projecten die inmiddels zijn
uitgevoerd.
Tegenwoordig
is hij ook lid van het management team en verantwoordelijk voor bewonersactiviteiten
en de coördinatie van vrijwilligers. Het is zijn bedoeling een nieuw bejaardenzorgcentrum
te verwezenlijken, gestoeld op het bieden van aandacht, menselijkheid, respect
en waardigheid, ingebed in professionele zorg en verpleging.
Waardoor ben je zó gemotiveerd geworden over de zorg voor ouderen?
'Er zijn veel verhalen die getuigen van de behoefte aan meer zorg en menselijkheid.
Zoals b.v. dat van een Egyptoloog van 91 jaar, tot op de dag van vandaag bezig
met onderzoek en studie. Mentaal even fit als altijd, maar fysiek zwak. Hij
is lichamelijk dusdanig zorgbehoevend dat hij eigenlijk in een verzorgingshuis
moet worden opgenomen, maar hoe moet het dan met de zorg voor zijn geest? Want
als hij verhuist naar een klein kamertje betekent het dat hij zijn bibliotheek
en levensvervulling moet achterlaten.
Een ander aangrijpend voorbeeld is de manier waarop met het overlijden van
bewoners wordt omgegaan. De overledenen worden bijna zonder ruchtbaarheid weggehaald.
Er zit een op zichzelf respectvol sentiment achter dat de aanblik als te confronterend
wordt beschouwd voor mensen die zelf hun levenseinde naderen. Maar de simpele
daad van het gezamenlijk afscheid nemen en iemands goede eigenschappen gedenken
schept juist een natuurlijke vertrouwdheid met het gegeven dat je eens uit dit
leven vertrekt. Er zijn veel andere verhalen te vertellen over hoe de dames
van de verzorging de extra aandacht die iemand die op sterven ligt eigenlijk
nodig heeft, niet kunnen geven.
De opeenstapeling van dit soort dingen bracht me er toe te onderzoeken wat
voor project ik binnen het huis zou kunnen oppakken om een klein verschil te
helpen maken. Allereerst resulteerde dat in het 'huiskamerproject voor dementerende
ouderen'. Er is nu een kamer ingericht in een typische jaren '50 stijl. Dit
is een vertrouwde en veilige omgeving geworden voor bewoners, die daarvoor soms
doelloos door het huis zwierven'.
Het succes van dit experiment leidt tot jouw volgende ongewone stap
van het plaatsen van aquaria in het huis. Waarom heb je voor aquaria gekozen?
'Uit onderzoek aan de Purdue Universiteit in de Verenigde Staten is gebleken
dat een aquarium duidelijk aantoonbaar welbevinden veroorzaakt bij mensen, met
name bij ouderen. Als mensen met de ziekte van Alzheimer daar regelmatig naar
kunnen kijken, blijken ze rustiger te worden, minder zorg nodig te hebben en
minder te zwerven. De Template Stichting Nederland heeft het huis door een donatie
in staat gesteld om drie aquaria te plaatsen, waarvan één ter
grootte van 2½ meter'.
Hoe hebben de ouderen op de aquaria gereageerd?
'Nu, na een paar maanden, zijn er verhalen die van hun positieve invloed getuigen.
Er is bijvoorbeeld een dame in een rolstoel die tweemaal per week naar het aquarium
gereden wil worden; ze zit daar dan heel lang uitgebreid naar te kijken. 'Zelfs
als God alleen maar deze vissen gemaakt zou hebben, dan zou het al ongelooflijk
zijn', vertelde een andere mevrouw me laatst'.
Hoe heb je een vertrouwelijker contact met de bewoners tot stand kunnen
brengen?
'Ik ben begonnen met individuele gesprekjes waarin ik hen vroeg mij te helpen
begrijpen hoe het is om ouder te zijn. Het is mijn taak om activiteiten voor
hen te organiseren, maar ik heb er geen enkele voorstelling van hoe het is om
hoogbejaard te zijn. Deze conversaties hebben geleid tot een open, warme relatie
waar we wederzijds erg blij mee zijn. Wat mij het meest opvalt is hoezeer ze
het contact van mens tot mens missen en nodig hebben'.
Dat verbaast me, want de bewoners verkeren toch voortdurend tussen
de mensen. Er worden ook veel activiteiten georganiseerd waardoor ze niet alleen
zijn. Biedt dat niet mogelijkheden te over om te praten?
'Velen zijn hun levenspartner kwijt met wie ze alles deelden of ze hebben hun
vrienden en kameraden verloren. En ineens zitten ze tussen zo'n 100 onbekenden.
Ja, er zijn wel veel activiteiten, maar met wie deel je je intieme momenten?
Ik geloof dat kunnen vertellen wat er wezenlijk in je omgaat even essentieel
is als de lichamelijke verzorging. Er zou de hele tijd een luisterend oor moeten
zijn, van een soort 'professionele luisteraar'. Dat zou een nieuw concept zijn.
Bij gebrek aan financiën om zo iemand aan te stellen en tóch enigszins
aan deze behoefte tegemoet te komen ben ik begonnen een cassette-bibliotheek
op te zetten. Mensen kunnen luisteren naar gesprekken tussen twee mensen over
thema's als waardigheid, eenzaamheid, de angst om te sterven, hoe om te gaan
met verlies. Maar er zijn ook bandjes met verhalen en muziek'.
Je volgende onconventionele initiatief was het uitnodigen van een vrijwilliger,
voor een middag per week, als voetenwasser. Wat voor effect heeft dat op de
ouderen?
'Het is fantastisch om de weldadige uitwerking op de mensen gade te slaan; het
maakt dat ze zich speciaal voelen. Het bevordert de circulatie en daardoor de
afvoer van afvalstoffen. De voetenwasser zet ze met de voeten in een bak lauw
water. Later worden de voeten gedroogd en met crème ingesmeerd. Daarna
krijgen ze nog een warme vochtige handdoek om hun gezicht en handen schoon te
maken. Je moet het effect van dit soort aandacht niet onderschatten; het zou
deel van de dagelijkse praktijk in de bejaardenzorg moeten uitmaken, als er
maar genoeg middelen beschikbaar waren'.
In december 2001 heb je - met hulp van een sponsor - een advertentie
geplaatst in een grote landelijke krant. Je deed een oproep aan de regering
om één euro van iedere belastingbetaler te reserveren voor steun
aan ouderen en je vroeg het hele Nederlandse volk om dit plan te onderschrijven.
Wat was je motivatie daarvoor?
'De oude mensen van nu zijn degenen die ons verzorgden toen wij jong waren.
Ze verdienen de best mogelijke levensomstandigheden te krijgen. Tot nu toe zijn
er ruim vijftig positieve reacties binnen gekomen. De eerste pakken petities
zijn al verstuurd naar de regering en fractievoorzitters van de grote politieke
partijen, alsmede naar grote bedrijven en prominente burgers. Er zijn internationale
contacten uit voortgekomen waardoor ook mensen in de Verenigde Staten, Engeland,
België, Duitsland en Australië erbij betrokken zijn geraakt'.
Het is klaarblijkelijk je intentie een nieuw type bejaardenzorgcentrum
op te zetten. Hoe gaat zo'n bejaardenhuis er nu wat jou betreft uit zien als
er voldoende fondsen zijn?
'Allereerst ga ik uiteraard uit van adequate professionele verpleging en basiszorg,
aangevuld met extra aandacht die de dimensie van menselijkheid en respect vergroot.
Ik stel me ook een ecologie voor met specifieke kleuren, vormen en meubilair,
speciale tuinen en alles wat verder kan helpen om het leven en het aanstaande
vertrek uit dit leven zo menselijk en aangenaam mogelijk maken'.
Je spreekt over aanstaand vertrek. Ik begrijp dat je ook gesprekken met de
ouderen voert over het stervensproces?
'De laatste maanden voer ik op verzoek van de directie groepsgesprekken met
ouderen over verschillende onderwerpen als 'dood en doodgaan' of 'hoe elegant
ouder te worden'. Op verzoek van de ouderen ga ik meerdere avonden organiseren
over verschillende thema's zoals waardigheid. Veel ouderen tonen zich weinig
trots op hun ervaringen en wijsheden. Vaak zwaaien ze hun kinderen meer lof
toe dan zichzelf. Ze worden ook niet altijd voldoende bevestigd door hun omgeving
waardoor hun gebrek aan eigenwaarde nog verder afneemt. Ik probeer bespreekbaar
te maken hoe je waardig oud kunt worden ondanks dat soms gezichtsvermogen, gehoor,
mobiliteit en andere capaciteiten afnemen'.
Heeft deze intensievere omgang met ouderen je veranderd?
'Wat het me bovenal heeft gegeven is meer begrip voor hoe het is om ouder te
zijn, maar ook een indringend besef van de rijkdom die ouder worden kan geven.
Ouderen zitten boordevol verbazingwekkende en ontroerende verhalen. Ieder bezit
een schat aan levenswijsheid uit eigen ervaring waar veel van te leren is'.
Hoe denken je collega's over alle nieuwigheden die je hebt ingevoerd?
'In het begin werd er wat vreemd tegenaan gekeken, maar nu is er veel waardering
en medewerking van de verpleging en andere verzorgers'.
Interview door Josina van Schaik
Otto Bignell kan bereikt worden via Postbus 461, 2300 AL Leiden.
top | TOPAZ Home | Template Netwerk |