Identiteit en ouder worden
Op de volgende pagina's vindt u een paar gesprekken met ouderen uit verschillende Europese landen en Israël.
Pagina: < Vorige 1 2 3 4 Volgende >
Mia Schoon (69), Nederland

Achteraf zie ik dat ik ergens doorheen ben gegaan, bijna als een nieuwe geboorte. Eerst had ik vele uiteenlopende identiteiten die niet van mezelf waren. Daarna kreeg ik een gevoel van niet meer gehecht te zijn aan die belangrijkheden en van bevrijding in een grootse, nieuwe vrijheid. Het moet het resultaat zijn geweest van een langdurig proces, maar nu lijkt het alsof het er plotseling was. Iets moet op zijn plaats gevallen zijn. Je voelt de beweging ervan niet; je merkt het pas als je er doorheen bent. Plotseling arriveer je in een totaal nieuwe wereld, ben je vrij. Het is het voortdurende gevoel van in iets nieuws zijn, ongelofelijk fris. Zoals in de eerste 12 jaar van mijn leven: nieuw, nieuw, nieuw. De bloei van het lichaam is over, je moet wel loslaten, zelfs vaardigheden die je niet langer nodig hebt vallen weg. De echte bloei is het leven zelf. Tussen 50 en 60 voelde ik dat er alleen maar wegviel. Een tijd van krimpen was dat. Niet fijn. Mogelijkheden vielen weg, kinderen uit huis, relaties veranderden, alles wat tot dan toe mijn leven had uitgemaakt viel weg. Een nogal beangstigende ervaring, want ik wist niet waar het naartoe ging. Nu denk ik: ‘ik ben een van de ouderen van de stam’ misschien is dat een nieuwe identiteit? Maatschappelijke mogelijkheden zijn nu zo onbelangrijk. Ik blijf wel iets voorstellen, heb een rol te vervullen, voel het belang ervan, maar niet op de voorwaarden van de maatschappij. Op mijn eigen voorwaarden, in de waardigheid van waar mijn leven voor staat in wat ik verkies te zijn en te doen.
Tijdens die periode van inkrimping kreeg ik een soort van identiteitscrisis vanwege complimenten over het feit dat ik er nog zo jong uitzag. Er was een deel in mij dat dit prachtig vond, maar een ander deel raakte in verwarring, want wat is er eigenlijk mis met vijftig zijn en er ook zo uitzien? Waarom is het alleen maar gewenst en okay als je er jong uit ziet? Dat ging ook weer voorbij. Alles is nu prima en ook het feit dat ik er wat jonger uitzie heeft zijn nut, want mensen behandelen me niet zoals ze denken dat je met iemand van bijna zeventig om zou moeten gaan.
Er leeft een gevoel in me van totaal geaccepteerd zijn, door mijzelf, door de Schepping, door het geheel. Ik voel geen enkele afkeuring meer over mezelf, niet van binnenuit en niet van anderen. Het lijkt alsof ik nu een ‘eeuwigheidsidentiteit’ heb. Uiteindelijk kom ik alleen met mezelf aan bij het Grote Interview. Ik weet dat ik allang gezien en gewogen ben door datgene wat mensen waarneemt en kent en weegt. Mijn intenties, motivaties en gedachten zijn allang gezien en geregistreerd en ik voel me door die Intelligentie geaccepteerd. Ik hoef dus niemand voor de gek te houden over wie of wat ik ben.
En er komen nu heel andere dingen mijn kant op vanwege mijn leeftijd en dat voelt helemaal niet slecht. Het voelt functioneel en waardig en het geeft een nieuw soort verantwoordelijkheid. Ik ben een van de Stamoudsten nu en dat maakt dat ik bijvoorbeeld bepaalde dingen wel zeg en andere dingen niet, het voelt als een functie voor het geheel. En het stelt jongeren gerust om iemand tegen te komen die oud aan het worden is en zich daarmee op haar gemak voelt, het zelfs prettig vindt.
De identiteit die nu naar de oppervlakte lijkt te komen is als gemodelleerd door alle keuzes die ik in mijn leven maak en gemaakt heb en door alles waarvan ik wil dat het deel uitmaakt van mijn leven. Ik lijk steeds meer klaar te zijn voor het totaal van het leven zelf. Dat zal mij mijn vorm geven.
En ik wil het ook vrij houden. Een gefixeerde identiteit werkt tegen je en blokkeert de toekomst. Als ik me dat niet bewust ben, gebruikt die identiteit mij in plaats van dat ik een identiteit gebruik. Mijn manier is dat ik niet vast wil komen zitten of gefixeerd in een bepaalde vorm. Ik wil open blijven en in beweging. Ik wil steeds dichterbij komen bij waar het werkelijk over gaat in het leven.
Ulla Åkerstrøm (67), Zweden

Ik zie me niet als oud mens. Soms moet ik tegen mezelf zeggen: ‘Jong ben je niet meer’. Er zijn nog steeds dingen die ik wil doen of wensen die ik wil vervullen, zoals projecten die ik al jarenlang in mijn hoofd heb, maar toen waren er zoveel andere dingen die ik te doen had in mijn vele hoedanigheden, zoals mijn baan als verpleegster, het hebben van kinderen, enz. Nu ik meer vrije tijd heb wil ik op zijn minst iets realiseren van alle dromen en idealen die ik had, zoals werk met betrekking tot heling en welbevinden, wat absoluut een van de dingen is die ik wil verwezenlijken. Lichamelijk is het duidelijker dat er iets is veranderd: ik ben niet zo sterk meer en ik moet mezelf mentaal en lichamelijk in acht nemen. Praktisch is er een noodzaak om dingen uit te zoeken, achter me te laten wat niet meer relevant is en te bewaren wat ik wil houden. In de omgang met anderen kan ik makkelijker dingen doorzien, mensen kunnen me minder makkelijk manipuleren en voor de gek houden. Ik ben meer direct en ferm.
Aan de andere kant, als ik met moeilijke mensen te maken heb, kan ik het makkelijker opbrengen zorgzaam en warm te zijn in plaats van het argument aan te gaan of te proberen iemand te veranderen. Ik heb geleerd dat je niet de hele wereld kunt veranderen, maar wel jezelf.
Lied Weber (79), Nederland

Je kunt je leven slechts één keer meemaken, maar je kunt wel elke minuut benutten om morgen iets anders te creëren. Dat is een enorme les die ik elke dag opnieuw probeer toe te passen: om niet in een oude identiteit gefixeerd te raken maar om vandaag weer een betere te scheppen. De tijd dat mijn leven gevuld was met rollen en identiteiten zoals een familie hebben, verpleegster zijn, aan sport doen, enzovoort, is al lang voorbij. Alles is sindsdien anders geworden. Nu is de tijd aangebroken om over andere zaken te contempleren zoals hoe niet belemmerd te worden door de beperkingen van het ouder worden, hoe mezelf steeds verder te blijven ontwikkelen, bijvoorbeeld door antwoorden te zoeken op de vele levensvragen die ik nog altijd heb. Ik stel mezelf steeds meer vragen over het hoe en waarom van het leven en daarmee is een proces op gang gebracht dat nooit meer ophoudt: het speuren naar de redenen waarom er mensen zijn en wat en waarvoor dat mysterieuze theater tussen de mens en zijn veroorzaker eigenlijk is. Het op zoek gaan naar wat natuurlijke identiteiten nu eigenlijk behelzen heeft mijn leven zoveel rijker gemaakt en er is een onstuitbare progressie. Het heeft ervoor gezorgd dat in mij een gevoel van eigenwaarde de boventoon is gaan voeren en dat proces is nog altijd aan de gang. Mijn identiteit wordt nu bepaald door de vragen die ik mezelf stel, de onderzoeken die ik doe en de vele detectie excursies die ik over de hele wereld maak, waarbij ik altijd kijk naar wat de diepere oorzaken en redenen zijn voor waarom iets bestaat: wat heeft gemaakt dat het is ontstaan en waar dient het voor? Ik ben anders geworden in hoe ik met mensen en met levensproblemen omga, die zich met name voordoen als je ouder wordt. Er is zoveel dat me niet meer hindert!
Vaak wordt me gevraagd hoe het kan dat zoveel problemen mij niet dwarszitten. Een reden is dat ik respect heb voor een ander persoon in de wetenschap dat in iedereen een spirituele vonk zit die een stukje van God is, wat iemands geloof ook moge zijn. Ik ben me wel op de dood aan het voorbereiden, maar in feite voel ik me nog altijd jong – ik bedoel daarmee het ‘ik’ dat in het lichaam woont – en ik kijk met hoop, visie en verwachting naar de toekomst uit. Het is een zegen en een genot om ouder te worden en met een flinke dosis humor is het makkelijk om de afnemende gezondheid van het lichaam te dragen.
Birgit Christensen (67), Denemarken

Mijn identiteit is op deze leeftijd veel meer intern gefocust dan voorheen. Het is alsof aan de buitenkant het ebbende getij bezig is ongemerkt zich te volterekken, maar vanbinnen is er een rijke stroom gaande. Ik voel de werking van een natuurlijke identiteit die probeert uit te vinden wie ik werkelijk ben, voordat ik van deze aarde heenga. Dat is een voortdurend doorgaand, belangrijk proces. Tegelijkertijd probeer ik iets terug te geven voor het feit dat mij leven is geschonken: Het spoort mij er toe aan een goede ‘huisbewaarder’ te zijn en zorg te dragen voor gemeenschapsruimten door die schoon te houden. Ik gebruik mijn sensitiviteit en voorzienigheid om de atmosfeer te verfijnen en in balans te brengen, om die plekken en hun omgeving verwelkomend en uitnodigend te laten zijn voor mensen en hun processen die in verschillende forums en workshops plaatsvinden. Ik zorg ervoor dat er een goede sfeer wordt gehandhaafd. Iets anders waar ik toe word aangezet nu ik ouder word, is om op een informele manier een counselor en raadsvrouw voor mensen te zijn. In die context gebruik ik mijn levenservaring als verpleegster samen met wat ik op het gebied van persoonlijke ontwikkeling doe en leer om mijn persoonlijke religie te groeien. Nu ik in mijn derde levensfase ben is het allerbelangrijkste voor mij zover te reiken als ik kan om terug te geven voor de overweldigende grootsheid die het leven is, door mijn ervaring door te geven aan anderen omdat ik in mijn eigen leven zoveel van die rijkdom heb mogen ontvangen.
Ouder worden is in bepaald opzicht beter dan jong zijn, omdat je iets echts hebt gebouwd dat je ‘mijn innerlijke zelf’ zou kunnen noemen. Je komt op een leeftijd waar je echt in contact wilt komen met die innerlijke plek; je wordt welhaast gedwongen daarnaar op zoek te gaan omdat de noodzaak daartoe zo sterk is. Na de menopauze voelde ik dat nu de tijd voor het ontdekken van mijn innerlijke leven was aangebroken. Je ziet het niet aan de buitenkant, niemand weet dat er binnen in je die stroom vloeit waardoor je meer voelt, meer inzicht krijgt, meer weet; het is veel intiemer, zoals wanner je een wonderschone tuin binnentreedt. Je ziet dat alles deel uitmaakt van een grotere wereld. Ik had vroeger een drukke baan als moeder en als verpleegster. Maar het ging nooit over mijzelf, ik had altijd de identiteiten die de wereld van mij vroeg. Toch hield ik er erg van verpleegster te zijn, ik was zo blij dat ik mensen van dienst kon zijn. Maar toen ik in mijn vijftiger jaren kwam moest ik gewoonweg beginnen uit te zoeken wie ik zelf was en ging het niet meer alleen om mijn kinderen of andere mensen. Ik heb mezelf pas gevonden toen ik 55 werd en het gaat nog steeds door; het is zo’n avontuur om uit te vinden wie je nu precies bent. Je kunt zoveel verschillende dingen zijn, maar als je jong bent bouw je zoveel lagen om je heen.
Toen ik 50 was vond ik uit dat ik dat helemaal niet zelf was en nu moet ik allerlei schillen en vastgeroeste gewoonten weer afpellen. Die confrontatie met de vele levens van jezelf op deze ‘ken uzelf’-reis heeft me zeker een grotere kans gegeven om uit te vinden waar het leven nu eigenlijk over gaat. Ik heb altijd gezocht naar spiritualiteit en religie maar ik kon die niet uit boeken halen. Nu heb ik dat binnenin mijzelf gevonden. Ik ben meer iemand die zich ergens aan toewijdt, dingen werken in mij meer door middel van gevoelens dan door kennis. Ik heb een veel breder spectrum van inzicht gekregen over het leven en over het leven na de dood. Ik weet niet hoe het zal zijn als ik van hier wegga, maar ik probeer me op mijn dood voor te bereiden door te helpen waar ik kan, niet om egocentrische redenen, maar omdat ik wijsheid heb die ik kan delen. Zelfs als je lichamelijk niet meer zo sterk bent kun je nog steeds nuttig en ter wille zijn. Mensen bellen me vaak om mijn raad te vragen want ik schijn goed te zijn in het geruststellen van mensen. Ik wil nog steeds heel veel in het leven doen en assistentie verlenen, dat is mijn grote drijfveer. Want wat kan een mens nu beter doen dan het geheel vooruit helpen?


