Identiteit en ouder worden

Door Josina van Schaik

Op de volgende pagina's vindt u een paar gesprekken met ouderen uit verschillende Europese landen en Israël.

Pagina: < Vorige 1 2 3 4

Dirk Broekman (62), Nederland

Het leven heeft duidelijk gemaakt, in vele levenslessen, dat het hebben van een identiteit onontbeerlijk is en onlosmakelijk verbonden is met het leven. In de opvoeding krijgt de identiteit gestalte door de inbreng van de ouders, die erg bepalend is. Als kind onderga je dit eerder dan dat je er een bijdrage aan levert. In de loop van het leven slaat dat langzaam om in eigen invloed, bepaald door de manier waarop naar het leven wordt gekeken en de invloeden van buitenaf. Meerdere sub-identiteiten lijken te ontstaan, voor leren, voor een baan, voor geloof, voor het gezin, via de relaties daarin. Het blijft echter voortbouwen op de basis die in de opvoeding is gelegd en die hardnekkige, moeilijk te veranderen patronen doet ontstaan.

Er zijn echter van die momenten die ingrijpend kunnen zijn voor de richting van een leven, vaak gestimuleerd door het gemis van iets - een doel, een intentie - wat uitstijgt boven het alledaagse. Oude identiteitspatronen vormen geen uitdaging meer, gaan knellen en zijn barrières voor een zinvol leven. Het zijn evenzo vaak keerpunten waardoor nieuwe wegen zich aandienen en worden ingeslagen. Dat gaat dan wel gepaard met innerlijke strijd om voorrang tussen het oude, dat erg sterk is en het nieuwe dat zich wil ontwikkelen. Het is een strijd tussen aangeleerde, cultuurgebonden identiteitspatronen en een meer natuurlijke, vanuit het innerlijk gestimuleerde identiteit en levenswijze. Een nieuwe identiteit die zoekt naar zingeving van een hogere orde, niet slechts de noodzakelijke zorg voor eten, drinken en wonen, vrijetijdsbesteding enzovoort, maar bijvoorbeeld een spirituele reis naar levenswijsheid.

Ouder worden zorgt ervoor dat het karakter van de innerlijke strijd verzacht en meer wordt ingegeven door inzichten die doel, reden en intentie van het leven ontsluiten. Het geeft meer ruimte aan luisteren, het geeft ruimte aan de stem van universele, duurzame waarden. Het heeft geen behoefte (meer) aan uiterlijk vertoon, aan het moeten voldoen aan alle verwachtingen en wensen om in ieders straatje te passen. Ik heb zelf een nieuwe identiteit gevormd die kwaliteiten bouwt als fundament voor ontwikkeling naar grotere onafhankelijkheid en vrijheid. Een identiteit die altijd iets nieuws leert, waarneemt, open is voor nieuwe inzichten, waakzaam is om in zichzelf nieuw bewustzijn te vormen. Mijn leven is een doelbewuste en weloverwogen inzet om iets terug te geven in de vorm van ontwikkeling van wat bij de geboorte nog latent is. Ik geef iets terug door hulp te bieden waar hulp nodig is en aan anderen door te geven wat in mij door doel, zingeving en betekenisvolle ontwikkeling tot bloei is gekomen.

In deze fase van mijn leven ligt het voor de hand om alle levenslessen en levenservaring door te geven aan de jongere generaties. Zij kunnen ervan profiteren en erop voortbouwen en het uitbouwen en doen evolueren voor generaties na hen. Ook doe ik dat door ouderen te helpen en bij te staan in de laatste fase van hun leven, door te participeren in groepen die zich op ouderen richten. Dat doe ik individueel en door participatie in de landelijke slachtofferhulporganisaties.

Op de leeftijd van 62 jaar, nu ik niet meer werk, valt veel weg wat geen doel en functie meer heeft; bijvoorbeeld het in een of ander plaatje moeten passen, of me aan andermans eisen moeten aanpassen, verliest terrein in mij. Dat geeft vrede, innerlijke kalmte en overzicht, het stemt me milder en zachter. Het vormt een nieuwe identiteit die uit zichzelf geeft en niet omdat anderen dat eisen. Het leert me op een andere manier kijken, naar mijn omgeving en naar mijn levenspartner, met wie een nieuwe band is ontstaan, gebaseerd op wederzijds respect en gevoed door wijsheid. Daardoor ontstaat een betere, zinvollere en vreugdevoller partnerschap en samenwerking met het andere geslacht, de vrouw, in het algemeen en wat de ‘Feminenza’ vertegenwoordigt.

Anne Koole (66), Nederland

Ik begin te leren zien dat alles met alles verbonden is. De grote vraag is: welke rol speelt de mens in dit grote geheel? Waarom zijn mensen gemaakt zoals zij gemaakt zijn? Waarom is de mens op aarde? Waar wordt de mens door beïnvloed en hoe kunnen wij leren onderscheiden wat past en niet past? Is het mogelijk om verbinding te maken met sferen die meer permanent zijn dan ikzelf, op spiritueel en religieus gebied?

Als dat mogelijk is, hoe kan ik daar dan mijn diensten aan verlenen en er iets aan teruggeven? Met deze vragen en nog vele andere kies ik een andere richting en dan draait mijn hele wezen zich naar de toekomst en ik wijk af van de geijkte paden die bij het verleden horen.

De vraag ‘wat dien ik nu?’ geeft me gelegenheid om pas op de plaats te maken in innerlijke bespiegeling en mezelf opnieuw te vormen zodat ik de juiste keuzen en beslissingen kan maken. Keuzen maak ik de hele dag door maar wat telt is, op welk niveau en in hoeverre zijn de keuzen bewust en welke redenen heb ik om een besluit te nemen? Dit begint dan te werken als een mentaal dieet. En een dieet houden vraagt om discipline! Deze discipline is niet van buitenaf opgelegd maar zelf gekozen en zet voor mij de deuren open naar echte vrijheid, omdat het een zelf gekozen weg is.

Op dit moment zijn de leidraden in mijn leven: ‘richt geen schade aan’ en ‘leven en laten leven’; het laat de urgentie zien voor ontwikkeling op een ander niveau dan we gewend zijn, want wie wil er nog meer pijn in de wereld? Wij blokkeren zelf onze vrijmaking door zo dikwijls onbewust in het leven te staan. Door je ziel te vertellen waar je wel heen wilt, kan de ziel ook de beste gids zijn die er is, want het is daarvoor gemaakt. Maar als mens ben ik altijd degene die de dans begint. Alles op aarde wil groeien en zou ik dat dan niet willen? Het deel in mij dat een ‘universele identiteit’ heeft wil bevrijd worden en nu ik ouder word is het daar nu de tijd voor. Wat aan de ene kant wordt opgegeven, groeit aan de andere kant. Op het ogenblik houdt de kwestie van wat identiteit is en welke identiteit ik wil vormen me sterk bezig. Met name de vraag of wat ik doe werkelijk bijdraagt aan mijn eigen ontwikkeling en die van anderen. Ik wil die ontwikkeling zo bewust mogelijk doormaken.

Ute-Barbara Leutloff (69), Duitsland

Sinds ik opgehouden ben met werken vervul ik een erebaan in mijn beroep, maar zaken die te maken hebben met beroep en of je luxe hebt zijn allemaal maar uiterlijke dingen. Je werkelijke identiteit zit in wat je bent, wat je vertegenwoordigt met je genetische kenmerken, je karakter en je ontwikkeling.

In mijn eigen geval veranderde mijn sociale identiteit totaal toen ik stopte met werken. Het was een grote opluchting voor mij om te kunnen doen wat ik wilde op het tijdstip dat ik dat wil en met de snelheid die ik wil en ik heb gemerkt dat ik op die manier veel effectiever kan zijn. Ik ben absoluut niet in een zwart gat gevallen, want ik was al sinds lang geïnteresseerd in filosofie en ik heb dat filosofische werk diepgaander en meer praktisch georiënteerd opgepakt en dat kan je levenslang dag en nacht bezig houden! En ik had een plan over hoe ik op mijn oude dag wilde leven omdat je alleen maar vrij kunt zijn in wat je wilt doen als je huiselijke omstandigheden veilig gesteld zijn en je weet waar je gaat slapen en leven en waar je je geld vandaan krijgt. Ik heb geen kinderen of familierelaties dus als ik een veilige plek wil hebben op mijn oude dag moet ik naar mensen op zoek gaan met wie ik samen kan leven. Daarom heb ik het ‘Leefproject’ opgezet. We organiseren ons op dezelfde manier als het vroeger ging, in de zin dat de ouderen de jongeren helpen en omgekeerd en dat we samen leven niet omdat we familie zijn maar in een zelf gekozen gezelschap van kameraadschappelijkheid. In dit project van oud en jong samen heeft ieder zijn eigen flat, maar er is een gemeenschappelijke ruimte om samen te komen en gezamenlijke activiteiten te beleggen.

Ik heb in mijn omgeving gezien dat als ouderen alleen maar andere ouderen tegenkomen – die misschien ziek of gehandicapt zijn - zij depressief worden. Het is niet natuurlijk; mensen hebben de uitwisseling tussen jong en oud nodig, want deze leeftijden vertegenwoordigen verschillende identiteitsformaties die elkaar nodig hebben om aan elkaar de vitaminen van elke leeftijd door te geven. De oudere mensen hebben veel levenservaring vergaard en kunnen - als jongeren dat willen – de jonge mensen ontmoeten en op hun kinderen passen. En om iets tegenover elkaar te stellen kan enerzijds de oudere die iets heeft meegemaakt waar de jongere nu ook doorheen gaat tegen die jongere zeggen ‘kijk, dit is hoe ik daar toen mee omging en dat heeft goed voor mij gewerkt.’ Anderzijds kan op zijn beurt een oudere dingen vragen als bijvoorbeeld ‘kun je misschien de elektriciteit voor me aansluiten?’ Ik kan op die manier een uitwisseling met jongeren hebben, nuttig zijn, iets doen wat het leven van jonge moeders makkelijker maakt als de kinderen op kleuterschoolleeftijd zijn, enzovoort. Het is zoals het er in vroeger tijden aan toe ging, maar nu op vrijwillig gekozen basis. Ik houd ervan praktisch bezig en nuttig te zijn.

Helena Orsackova (66), Engeland

Als parttime job help ik een jonge gehandicapte vrouw bij haar thuis. Het is interessant, in die zin dat gehandicapten mij vroeger niet productief toeschenen - vanuit het perspectief van het arbeidsethos dat ik had in mijn maatschappelijke leven. Toen ik begon te werken met gehandicapten, ontdekte ik langzamerhand, op een natuurlijke manier, dat ik daarin mijn laatste les te leren had. Het bracht een verandering in mij teweeg in hoe ik naar het vraagstuk van identiteit kijk. Ik leerde de levens van mensen respecteren die weliswaar minder economisch actief zijn, maar proberen zo goed als ze kunnen onafhankelijk te blijven, want vroeger, in hun jeugd, waren ze nog wel helder van lichaam en geest. Dus daar heb ik veel van geleerd, ik heb hen leren bewonderen en ik leerde inzien dat ware identiteit niet zit in hoe productief je bent maar in hoe het menselijke bewustzijn allerlei beperkingen kan overwinnen om toch het beste uit elke omstandigheid te halen, om zich aan te passen en creatief te zijn. Want gehandicapten zoals ik die ken, hebben slechts weinig lichamelijke beweging maar toch ze zijn meestal niet verbitterd of verzuurd, ze hebben hun geloof in het leven bewaard en ervaren leven als een gift van God. Ik beschouw het als een privilege om hen te ondersteunen. Het leren leven met ernstige beperkingen lijkt op het proces van oud worden, want het lichaam kan minder en je wordt in economische zin minder productief. Maar het lijkt alsof de geest zelfs juist meer economisch kan zijn, omdat je jezelf minder terughoudendheid oplegt.

Als je ouder wordt, verandert je identiteit, je hebt geen geduld meer om je af te vragen ‘doe ik dit wel goed, doe ik dat wel goed, wat zullen ze wel van me denken?' Mijn identiteit wordt tegenwoordig bepaald door de vraag ‘waarom wil ik dit doen?' en ik heb mezelf moeten aanleren om eenvoudigweg te doen waar ik van geniet. Natuurlijk is dat wel een genieten binnen de grenzen van het leidsnoer dat ik mezelf opleg van ‘richt geen schade aan': ik kan alles doen wat ik wil zolang ik daarmee maar geen kwaad berokken.

Iets wat ik altijd wil blijven doen is support geven aan andere mensen in dezelfde leeftijdsgroep zodat we samen oud kunnen worden. Ik heb me gerealiseerd dat een van de significanties van ouder worden ligt in het feit dat het me helemaal niets kan schelen wat anderen van me denken, omdat ik in de loop der jaren een gevoel van zelfvertrouwen heb verkregen dat op zijn beurt ook zelfvertrouwen aan anderen geeft. Ik kan nu in alle eerlijkheid zeggen dat ik geen enkel probleem met andere mensen heb; het is zelfs niet zo dat ik de ene persoon wel mag en de ander niet, want ik omarm iedereen met al zijn eigen identiteiten en excentriciteiten. Ik voel helemaal geen frictie of strijd meer in de omgang met anderen. Als je productie moet leveren in je werk is er voortdurend onderlinge wrijving, maar als die wegvalt, is het leven veel makkelijker. Wat ik me op oudere leeftijd bewust begon te worden is, dat je werkelijk iets naar je toetrekt naar gelang het signaal dat je uitzendt. Het is zo duidelijk dat als ik stress heb, ik voor niets goeds aantrekkelijk ben en dan gaat er plotseling van alles mis en dan moet ik de gevolgen daarvan weer opknappen. Maar als ik me in het welbehagen van mijn leven bevind, als ik duidelijk ben en goedgezind en als ik aan alles wat ik doe een toegevoegde waarde meegeef, dan loopt het die dag op rolletjes. Dus ik ben echt de schepper van dat deel van mijn leven en ik heb mezelf dan ook op het hart gedrukt dat we de auteurs van ons eigen boek zijn en dat we daar werkelijk verantwoordelijk voor zijn.

Ik geloof dat je ook je eigen identiteit voor de oude dag schept. Natuurlijk weet ik niet of ik altijd even fit en handelingsbekwaam zal blijven, maar ik probeer dat wel in mijn geest zo te creëren en het daarom dan ook zo voor elkaar te krijgen. Ik ken mensen in mijn omgeving die plotseling dood zijn gegaan en daarom heb ik zelf al alles voorbereid voor het geval ik kom te overlijden. Ik heb mijn eigen levensbeschikking gemaakt, ik heb een zelfgekozen, krachtige en versterkende ceremonie voorbereid, enzovoort, dus wat de praktische kant betreft ben ik klaar en dat geeft me nu veel meer ruimte om tijd te besteden aan mijn innerlijke leven en aan mijn religieuze leven. Ik ben ‘verslaafd' geraakt aan processen die te maken hebben met de hogere redenen en doelen van het leven welke niet geworteld zijn in de wereldlijke beslommeringen. Er is een stil weten in mij dat het leven niet draait om naar je werk gaan - al is dat wel een deel dat vervuld dient te worden -, maar dat het gaat om in vrijheid je menselijke goedheid, fatsoen en compassie te kunnen uitoefenen, zodat iedereen zich veilig kan voelen. Dat het erom gaat om met mensen in verbinding te staan in hoogstaande waarden en hoge fatsoensnormen, bijvoorbeeld: zoals zeker te weten dat er niet over je geroddeld wordt, zeker te weten dat je ergens een tandtas kunt laten liggen en dat niemand eraan zal zitten. Ik zou mijn leven niet voor kunnen stellen zonder zulke ontzettend belangrijke waarden. Ik heb van jongs af aan altijd een persoonlijke neiging gehad tot vriendelijk zijn, maar toch is die tendens in de wereld schaars aanwezig. Waarden als deze hebben onze bescherming nodig, anders gaan ze teloor in de wereldse zorgen. Ik ben zo blij dat ik deze waarden op mijn levensreis tegen ben gekomen en ik beschouw het als een privilege en verantwoordelijkheid deze waarden door te geven zodat ze deel uit blijven maken van ons collectieve erfgoed en niet zullen verdwijnen. De gedachtenis die ik aan de jongere generaties na zou willen laten is een begripvol persoon te zijn en geen kwaad te berokkenen aan welke leeftijdsgroep en generatie dan ook zodat dat wat ons leven heeft gegeven hier op aarde voort kan blijven bestaan.

In 1960 kwam ik uit Tsjecho-Slowakije in Engeland aan. Toen ik na een paar jaar in dit nieuwe land was begonnen te aarden realiseerde ik me dat ik terug moest gaan om de identiteit van mijn wortels die altijd op de achtergrond aanwezig was, weer op te laden. Ik ontdekte echter later dat het gedrag van mijn familieleden die mijn oorspronkelijke planetaire genen hadden helpen vormen, me bijna vreemd toescheen. Ik had andere coderingen toegevoegd gekregen die over de jaren heen mijn oorspronkelijke identiteit hadden hervormd en overlapt. Ik had verwacht dat ik na mijn pensionering naar mijn geboorteland terug zou keren maar ik merkte dat ik wortel had geschoten in een andere realiteit die met geen enkel land te maken heeft en dat de relaties die ik nu met mensen heb opgebouwd zijn gebaseerd op een hogere spirituele waardering voor het leven op aarde.

Ik ben gefascineerd door de mysteries van leven en sterven. Is het een reis van leven naar dood, of van dood naar leven? Beide momenten van verschijning – geboren worden en doodgaan - zijn naar mijn idee de meest religieuze momenten in ieders leven. Is het niet zo dat geboorte het begin vormt van een spirituele reis hier op aarde - vanuit de ongeziene wereld naar de zichtbare aardse omgeving - en dat wat we dood noemen, de stap is - weg uit die planetaire ecologie – van jouw ongeziene, geestelijke, deel die vertrekt naar de werelden zoals waar voor je geboorte je verblijfplaats was? Bij de geboorte treedt het mensenkind de wereld binnen voor een doelgerichte reis om bijzondere religieuze essenties en kwaliteiten te vergaren. Alle stadia van het mensenleven kennen hun eigen invloed waarin je, met openheid en vreugde, iets te leren hebt. Aan het eind van deze - persoonlijk religieuze - ervaring begint deze, thans gerijpte en wijze, persoon te begrijpen dat op het eind van ieders leven er een nieuwe identiteit is gevormd die het begin is van een nieuw spiritueel avontuur met een voorzetting van het bestaan in de ongeziene dimensies.

Judith Pocock (69), Wales, Engeland

Naarmate ik ouder word, beginnen de diepzinnige gronden van het leven kristalhelder te worden en voel ik me daar helemaal mee in harmonie. Ik identificeer me niet langer met mijn lichaam en bovendien weiger ik oud te worden – dat wil zeggen dat ik besloten heb dat ik niet oud van geest ga worden. Daarom blijf ik nieuwe studies volgen en heb ik vrijwillig een intensieve werkdruk op me genomen in het counselen en lezingen geven. Ik hoef niemand meer te behagen; ik heb het niet meer nodig dat iemand mij de bevestiging geeft dat ik besta en daardoor heb ik een enorm sterk gevoel van vrijheid gekregen. Die verschuiving in de richting van onthecht raken komt vanzelf, die kun je niet forceren. Ik leef veel meer in het heden. Kijk, het is fantastisch om oud te worden. Het is een tijd van condensatie waarin alles zich verdicht tot kristallen die zich nu in mij hebben vastgehecht als lovertjes, ontstaan uit verbindingen die ik zelf ben aangegaan. Na de menopauze neemt het afnemende, ebbende getij een aanvang dat stukje bij beetje intenser wordt. Ebben heeft een slechte naam, bijna zoals doodgaan. Waarom is dat eigenlijk zo? Het is het meest natuurlijke en meest prachtige ter wereld en toch heeft het een slechte naam!

Op welke leeftijd begint het oud worden eigenlijk, is dat je leeftijd? Of is het iets anders? Er zijn drie stadia of verschillende identiteiten tijdens het leven – jong, middelbaar, oud – en deze vormen samen een driepoot voor groei. Dus is de vraag, wat is dan de echte rol van dat derde leven? Ik geloof erin dat het een specifieke functie heeft; die drie levensvormen hebben elkaar nodig om de driepoot van stabiliteit te maken.

Tenzij het tijdvak van ouderdom een manier vindt om de rijkdom en wijsheid die het vergaard heeft aan de jeugd te retourneren, zodat een zich steeds verder verheffende middenperiode van het leven opgebouwd kan worden, zullen nieuwgeborenen die nog gaan komen minder inhoud krijgen en dus steeds zwakker worden. We moeten dan ook de vruchten van ons leven oogsten en omzetten in een nalatenschap die we weggeven zodat anderen daardoor nieuwe kracht en nieuwe hoop kunnen vinden. Wat is het in ons dat ouder worden vermijdt en ontkent? Wat hebben we voor angsten en waarom verbergen we die? Het is veel beter ze boven water te krijgen en er openlijk over te praten, ze in het gezicht te zien. Op je zestigste krijg je ‘religie op je dak’, of je het nu wilt of niet! Het is natuurlijk de vraag wat je tot jouw religie hebt verheven. Waarom gaan zoveel mensen binnen twee jaar na hun pensionering dood? Hebben ze misschien hun werk tot hun werkelijke leven gemaakt en houden zij daarom op als hun baan ophoudt? Het is belangrijk om je dat af te vragen. Weet je, ik denk dat je je identificeert met waarover je in proces bent en dat je wordt tot dat waar je over nadenkt. De drijvende krachten voor de activiteiten in mijn leven worden nu ergens anders door gemotiveerd en ik kan bewust toegang krijgen tot wie en waar ik nuttig kan zijn. De waarheden in mijn leven zijn nu zichtbaar voor mijzelf – en voor anderen die de ogen hebben om ze te zien. Het ego wordt kleiner – hoera! Eindelijk ben ik nu wat ik ben – ten goede of ten kwade. In de acceptatie daarvan en daardoor de innerlijke kalmte, voel ik dat mijn spirituele kracht nu kan gedijen. Het innerlijke leven wordt niet ouder, het neemt toe. Je kunt niet voorbij de dood in de toekomst kijken. Op de een of andere manier zul je doodgaan deel moeten maken van die toekomst en hoe je wilt zijn als je dood gaat. De oudere leeftijd is een totaal nieuw avontuur: het is als een nieuwe tienertijd met nieuwe processen, maar nu met wijsheid. Als je dat ontkent, ontken je dat wat er in de eerste plaats voor gezorgd heeft dat je hier gekomen bent en als je niet sterk verbonden bent met de doeleinden van dat wat je heeft geschapen, ben je misplaatst in alles wat je doet en dan wordt dat de eerste premisse van waaruit je je identiteit vormt. Ik ga met open vizier de oude dag tegemoet, met vertrouwen, geloof en de wetenschap dat het leven binnenin me ergens naar toe gaat – maar deze keer voorbij de planeet. Het getij van de jeugd snelt met grote kracht vooruit en het grote afnemen van de ouderdom eist zijn tol, maar de kwaliteiten waarop we ons innerlijke zelf hebben gebouwd zijn ons curriculum vitae voor wat hierna komt en ik ben er absoluut op voorbereid daar op elk moment nu naar toe te gaan, wetend dat ik ga naar waar mijn leven zijn voorpost heeft gebouwd door de signalen die het hier heeft uitgezonden.

Pagina: < Vorige 1 2 3 4

top of page
Copyright © 2001-2008 De Template Stichting, alle rechten voorbehouden.

Deze pagina is geprint d.d. zaterdag, 22 november 2008
van http://www.templatenetwork.org/topaz/14/nl/16_03.html

Uw aanmeldingen, brieven, vragen en adreswijzigingen kunt u sturen naar:

Template Stichting
T.a.v. Topaz
Wassenaarseweg 75/210
2223 LA  KATWIJK (ZH)
 
Telefoon: 071 - 514 0152
Telefax: 071 - 514 4382
E-mail: topaz@template.nl
Website: www.template.nl