De vorming van eer in zeven leeftijdsfasen

Uit een serie over wereldburgerschap

Sander Funneman & Lotten Kärre, Nederland

Het artikel ‘wat is eer?’ in Topaz 11 begon met de constatering dat je eer niet zomaar hebt en dat als je het op een bepaald moment denkt te hebben, het je weer ontsnapt in het volgende. Ook werd daarin gesteld dat er in dat ene kleine woordje een hele levenskunst verpakt zit met definities voor elke gelegenheid. Op de volgende pagina’s doen diverse schrijvers een poging de ontwikkeling van eer te beschrijven in de verschillende leeftijdsfasen van een mens. Eerst volgt hier een algemene introductie.

De invloed van kwaliteiten

Constructieve persoonlijke kwaliteiten hebben we niet zomaar. Een belangrijk verschil tussen constructieve en destructieve kwaliteiten is dat de constructieve, zoals bijvoorbeeld grondigheid, zorgvuldigheid en creativiteit, door eigen keus ontwikkeld worden, terwijl de destructieve eigenschappen zoals bijvoorbeeld woede en jaloezie, plotseling bezit van ons kunnen nemen, zelfs geheel tegen onze zin.

De realiteit van zo’n ‘vijandige overname’ werd beduusd beschreven door iemand die er eens door getroffen werd, met de woorden: ‘maar dat deed ik helemaal niet zelf, het overkwam me, het was in een vlaag van woede.’ En iemand anders die terugkeek op zijn betreurenswaardige ervaring zei: ‘ik had mijzelf niet helemaal in de hand. Het gebeurde als het ware met me. Ik werd bevangen door jaloezie.’ Handelen in dergelijke opwellingen wordt in strafprocessen soms opgevoerd als een verzachtende omstandigheid. Het was immers niet ‘de persoon’ die overging tot die daad. Het was iets anders.

Maar... en nu komt het eigenaardige: niemand wordt ooit ‘vijandig overgenomen’ door bijvoorbeeld respect of blijdschap. We geven mensen geen bos bloemen in een ‘blinde vlaag’ van waardering. We worden ook niet plotseling bevangen door een oncontroleerbare staat van begrip of geduld. Deze kwaliteiten lijken allemaal moeizaam en met grote zorg verbouwd te moeten worden op de goed voorbereide akker van onze identiteit. En de vraag dringt zich al schrijvend aan ons op: bestaat er eigenlijk wel eer zonder vrije keuze?


Lotten Kärre en Sander Funneman

Moraliteit versus eer

Hoe vormt eer zich in ons? Het grote gevaar is dat eer van jongs af aan gevormd wordt in het huis van moraliteit. Dat huis bestaat uit van buitenaf opgelegde gedragscodes, die ons leven gaan beheersen zonder dat we hun reden kennen. Er zijn ontzettend veel codes in omloop. Om er een aantal te noemen:

Groet anderen bij een ontmoeting en bij het weggaan. Vervuil het milieu niet. Laat anderen niet opdraaien voor jouw fouten. Help andere mensen in nood. Laat andere mensen uitspreken. Leg geen kampvuren aan waar dat niet mag. Ga niet vreemd. Als je per ongeluk iets stuk maakt, vergoed dan de vervanging of de reparatie. Zet de televisie uit als je bezoek krijgt. Discrimineer niet. Praat niet achter iemands rug om. Sta op voor oudere mensen in bussen en treinen. Luister met oprechte belangstelling naar andere mensen. Gebruik geen geweld of intimidatie om je gelijk te halen of om je mening erdoor te drukken. Bespot andere mensen niet. Ruim je eigen afval op. Kom je beloftes na. Reik niet voor iemand langs om iets te pakken. Kijk iemand aan als je met hem of haar praat. Betaal je schulden. Verhef jezelf niet door een ander te vernederen. Etc...

Maar is eer, geboren in het huis van moraliteit, nog steeds eer? Of verliezen we onze eer juist in het blindelings naleven van deze soms zeer indrukwekkende gedragscodes? Hoe goed zij ook mogen zijn, het simpelweg naleven ervan kan leiden tot een wellicht moreel correct, maar ook bijna slaafs leven, een leven dat blindelings doet wat moet. Omdat het nu eenmaal zo hoort.

Bestaat er wellicht een betere en meer persoonlijke kraaminrichting voor de kwaliteit eer? Een ander huis, waar het waarom van dingen een plaats heeft. Waarom zou ik mijn woonkamer opruimen? Omdat er bezoek kan komen of omdat ik niet goed kan functioneren in een puinhoop? Waarom klusjes afmaken, anderen helpen en hard werken?

In het ontwikkelingsproces van eer is het essentieel om gedragscodes en omgangsregels te onderzoeken op redenen, om deze te bekrachtigen of te ontkennen met persoonlijke motieven. Doen we dat niet, dan wordt eer in het huis van moraliteit onherroepelijk ontdaan van zijn vrijheid van keuze en omgesmeed tot een norm, een gedragscode of een voorschrift die door de persoon in kwestie langzamerhand ervaren kan worden als een masker of een dwangbuis.

Beschermd door eer

Er staat een grote muur tussen die twee werelden van constructieve kwaliteiten en destructieve eigenschappen. Waarbij de constructieve kwaliteiten zich nooit aan ons zullen opdringen, terwijl de destructieve eigenschappen als roofvogels om onze hoofden lijken te cirkelen, wachtend op een onbewaakt ogenblik, een moment van zwakte en een kans om toe te slaan.

Dat brengt ons terug bij de vorming van eer in de verschillende levensfasen. Want voorzien van een persoonlijke erecode, vervuld door een eervolle staat, zouden we ons waarschijnlijk kunnen beschermen tegen die roofvogels hoog boven onze hoofden in de lucht, die daar dreigend naar ons krijsen om impulsieve wraak en geweld.

Eer is een menselijk vermogen en als zodanig kan het, als het daartoe wordt uitgenodigd, mensen ook als geheel karakteriseren. Een historisch voorbeeld hiervan is te vinden in de Bushido, de erecode van de Japanse Samurai. Zij streefden ernaar om dingen niet alleen met eer te doen, maar vooral ook om eer te zijn en te belichamen. Eervol zijn is dan ‘uitsluitend beheerst worden door eer en ‘vol’ zijn van eer.’ Van kinds af aan werden de jonge Samurai vertrouwd gemaakt met de fundamenten van die code.

Een hedendaagse versie van de Bushido, een zelf ontwikkelde erecode, zou wellicht zinloos geweld kunnen voorkomen omdat voor de drager de code belangrijker is dan onmiddellijke genoegdoening.

Maar waar en hoe, in het proces van de ontwikkeling van de jonge Samurai, transformeerde de code zich van goede manieren tot een zelfgekozen en zelfgevestigde erecode? Dat idee van een vloeibare eer in plaats van een gestolde eer gaf aanleiding tot dit artikel.

Dus de visie van persoonlijke eer als ‘een zich evoluerende kwaliteit’ inspireerde ons. We realiseerden ons namelijk dat persoonlijke eer zich van levensfase tot levensfase zou kunnen ontwikkelen en dat daarmee het idee van een gefixeerde benadering van eer losgelaten zou kunnen worden.

Om de vorming en evolutie van persoonlijke eer in verschillende leeftijdsfasen te onderzoeken hebben we een aantal mensen gevraagd hun visie hierop te geven. Sommigen zijn ervaringsdeskundigen in die leeftijdsgroep en houden zich actief bezig met de vraag wat eer betekent. Anderen houden zich professioneel bezig met de leeftijdsgroep en hebben vanuit dat perspectief veel nagedacht over eer. Dus de vraag aan hen: hoe zou persoonlijke eer zich op een natuurlijke manier kunnen ontwikkelen in de verschillende levensfasen van een mens?

De leeftijd van 0 tot 12 jaar – De vorming van eer

Dharma Ramsahai is moeder van twee kinderen in deze leeftijdsfase en ze is ook oprichtster van en lerares op een basisschool in Nederland.


Dharma Ramsahai & Lisa

Als we er bij stilstaan is de wereld van een pasgeboren kind dramatisch anders dan die van volwassenen. De baby heeft in eerste instantie nog weinig kennis maar na de geboorte begint het referentiekader in snel tempo toe te nemen.

Vanaf het prille begin zijn kinderen vanaf hun babytijd tot ongeveer vier jaar volledig toegewezen op de directe verzorgers, meestal de ouders. Als moeder van een peuter en een baby van bijna een jaar merk ik dagelijks wat dit van me vraagt en hoe consequent ik moet zijn in mijn denken en handelen. Zoals bijvoorbeeld  met  tanden poetsen, opruimen, tafelmanieren, je houden aan gemaakte afspraken enz...

Deze kinderen, en ook de oudere kinderen tot 12 jaar, hebben mensen om zich heen nodig die op een constante en betrouwbare manier het goede voorbeeld geven. En op zeer jonge leeftijd worden al bepaalde kwaliteiten als netheid, goede manieren, waardering voor je lichaam, waardering voor andere mensen etc.. als zaadjes aan de kinderen voor hun toekomst meegegeven. Uit eigen ervaring als ouder, maar ook als kleuterleidster op een basisschool, heb ik ondervonden dat datgene wat we aan de kinderen niet leren, ze ook niet zullen weten.

Zodra de zelfstandigheid van de kinderen toeneemt willen ze ook heel graag alles zelf doen. Laten we door middel van een paar voorbeelden kijken hoe dit zich bij een aantal leeftijden manifesteert.

Van 0 tot 4 jaar: de eer van ‘ik kan het ook’.
Bijvoorbeeld dat een kind van twee jaar zelf een boterham wil smeren, zichzelf aan wil kleden of de boodschappenwagen wil duwen.
Van 4 tot 6 jaar: de eer van grenzen verleggen door nieuwe dingen te leren.
Bijvoorbeeld de vreugde van het schrijven van je naam voor de eerste keer.
Van 6 tot 9 jaar: de eer van  initiatieven nemen.
Bijvoorbeeld in het oppakken van een nieuwe hobby of door iets voor anderen te kunnen doen.
Van 9 tot 12: de eer van het jezelf includeren in de wereld om je heen.
Bijvoorbeeld door naar de gesprekken van ouderen te luisteren op een nieuwe manier.
Als we kijken naar de eervorming in de kinderen van 0 tot 12 jaar, dan zien we hoe belangrijk zelfstandigheid hierin is en hoe dit verbonden is met wil.

En de volgende vragen komen dan, in verband daarmee, bij me op: welke zelfstandigheid geven wij eigenlijk aan kinderen? Is er voldoende ruimte voor de kinderen in deze fase  om initiatieven te nemen? Zijn er in de directe omgeving van het kind uitdagende situaties?

De eervorming in deze leeftijdsfase heeft onder andere te maken met de mate waarin ze gedreven worden om bepaalde dingen te doen, bijvoorbeeld door een experiment uit te voeren of zichzelf iets aan te leren door middel van een hobby.

Kinderen in deze leeftijdsgroep ontdekken ook hun Eer in het geven. Ik vind het bijzonder om kinderen deze kwaliteit door te geven en dat ze op deze manier hun besef  dat anderen iets nodig hebben in zichzelf beginnen te ontdekken en te vergroten. Hoe klein ze ook zijn, ze zijn echt in staat om iets voor een ander te betekenen, bijvoorbeeld door  na de maaltijd zelf hun bord naar  de keuken te brengen. Ook als leerkracht besteed ik veel aandacht aan de Eer van Geven in de klas. Het is hartverwarmend om te zien hoe de oudere kinderen van vijf jaar een nieuw kind van vier jaar in allerlei situaties helpen, zoals tijdens het opruimen, meelopen naar de wc, de jas aantrekken.
 
Ik denk dat we niet moeten onderschatten wat de mogelijkheden en capaciteiten van deze kinderen zijn. Het hangt van ons geloof en vertrouwen in de kinderen af wat voor kans we ze geven. En zoals we weten duurt het enige tijd voordat een zaadje ontkiemt, om uiteindelijk in al zijn pracht en praal door het leven te gaan.

Dharma Ramsahai - Nederland

De leeftijd van 12 tot 21 jaar – het beklimmen van de ladder met als doel ‘van binnenuit te kunnen beslissen’

Gafnit Salvi heeft een zoon in deze leeftijdsfase. Ze is ook oprichtster van een jeugdbeweging in Maale Zvia, een dorp in Israël.

Eer is een kwaliteit die een leven lang kan groeien en die door iedereen in deze leeftijdsgroep verder ontwikkeld kan worden als training voor volwassenheid. In deze periode van veel ontdekken en ervaring opdoen, kunnen eer en andere kwaliteiten zich verder vormen en tot bloei komen.

Maar, we hebben wel een ladder nodig in die periode om de klim naar eer te kunnen maken. Ook hebben we daarbij hulp nodig van ‘vrienden’ met namen als ‘geduld’, ‘wilskracht’, ‘goede voorbeelden’, ‘gezond verstand’ en ‘waarde voor het leven’, om veilig op te groeien met waardigheid, eer en integriteit voor een leven met toekomst. Het lijkt simpel, maar dat is het helaas niet. Deze mooie woorden zijn slechts het begin. Het vraagt daden die gelijk zijn aan die woorden. Er is veel meer nodig om jonge mensen tussen 12 en 19 jaar te helpen om tot een zich levenslang vormende erecode te komen.

Laten we eens naar het volgende uitgangspunt kijken: ‘Eer is de vaardigheid een besluit te nemen op grond van innerlijke redeneringen en waarden die tot acties leiden die anderen geen schade berokkenen.’ Als we de tijd van puberteit en aanstaande volwassenheid beschouwen als het beklimmen van een ladder om besluiten te kunnen nemen, dan lijkt de begeleiding van dat proces vaak een bijna onmogelijke taak. Daar zijn veel redenen voor te noemen: er is nog geen stabiel fundament; de persoon verkeert nog midden in een proces van identiteitsvorming; sociale druk; op een zoektocht zijn; nog onvoldoende ervaring hebben met het nut van het nemen van besluiten in het algemeen.

Laten we daarom nog eens naar de ladder-analogie kijken. De ene verticale pijler in die analogie is de familieconfiguratie – de kracht, de liefde, opvoeding, uitwisseling, het vervullen van een voorbeeldfunctie en het hebben van een goede invloed op de teenager, zodat hij of zij de zaadjes voor zijn/haar eigen toekomst kan groeien. De andere pijler bestaat uit vele facetten – de maatschappij, de school, groep of stam, land en later de hele wereld waar de teenager deel van uitmaakt. Die produceren allemaal potentiële zaden van eer voor de teenager om de waarde voor eer in zijn/haar leven te laten toenemen. Maar, kan dat wel synchroon tussen die twee pijlers ontstaan? En wat gebeurt er als dat niet zo is? Schatten wij het belang ervan wel op z’n juiste waarde?

Op basis van mijn ervaringen in het werken met jongeren zou ik de volgende gedachten met betrekking tot eer mee willen geven voor de leeftijden van 12 tot 21:

12 jaar - de eer van de familie en de maatschappij door de kenmerken van de puberteit - berekening
13 jaar - de eer van het vallen en opstaan, onderzoek doen ‘buiten het eigen nest’
14 jaar - de eer van groepsidentiteit
15 jaar - de eer van geslacht – jongens en meisjes
16 jaar - de eer van eigen wensen en levensdrift
17 jaar - de eer van onafhankelijkheid en morele kwesties
18 jaar - de eer van betekenis krijgen, kleine en grote stappen – ten goede of niet ten goede
19 jaar - de eer van de bloei van eigen verantwoordelijkheid en onafhankelijkheid
20 jaar - de eer van innerlijk weten en zelfkennis – van alle kanten beredeneren
21 jaar - de eer van het weten wat je niet zult doen

Nu zien we twee hoofdrichtingen: een positieve, die de zaden van eer promoot voor het hele menselijke ras en een andere, die minder bevorderlijk is voor de ontwikkeling van humaniteit in het werelddorp dat we vormen. In onze huidige wereld zijn er veel voorbeelden van allebei en over alle twee kan veel gezegd worden. Welke kant zal eer in de toekomst opgaan? Die verantwoordelijkheid ligt in onze handen ten behoeve van de mensheid op de lange duur.

Gafnit Salvi – Israel

De leeftijd van 21 tot 32 jaar – De eer van keuzen ten behoeve van de formatie van een bruikbare identiteit

Julian Dickreiter komt net uit deze leeftijdsgroep. Hij is bestuurslid van het Template workshop centrum ‘Einzig’ in Keulen, Duitsland, en werkt als technisch sofware consultant.


Julian Dickreiter

Deze levensfase krijgt zijn vorm door intensiteit: je ziet allerlei mogelijkheden voor je, er is nog niets te laat en de toekomst lacht je toe. Dat zorgt voor een enorme druk op het juist ontluikende volwassen leven. Op die leeftijd voelde ik me gevangen tussen twee tegenovergestelde krachten die me beurtelings beïnvloedden.
Ten eerste was er een fascinerende perceptie dat ik mijn eigen leven kon ontwerpen precies zoals ik me voorstelde. Ik wilde niets anders dan me ‘weg bewegen’ van alles wat daar niet bij hoorde, weg van het pad van conformiteit - dat vele goedbedoelende ouderen me hadden aanbevolen. Een van die paden volgen leek me onwaardig.

Toch was het ook duidelijk voor me dat ik geen onbekende meer was voor mijzelf. Ik had al gewoonten, pleziertjes, angsten en een minderwaardigheids-complex. Die kant van mijn leven was heel vertrouwd, meer of minder aangenaam, maar ook wel een beetje oneervol. Het streven naar totale vrijheid en een nieuw ontwerp leek heroïsch en eerbaar.

Ik had weliswaar zo mijn twijfels over deze jeugdige aspiraties naar vrijheid, want tegelijkertijd werd ik me er bewust van dat het mogelijk is jezelf van de ongelooflijkste dingen te overtuigen en die te geloven. Wanneer bevond ik mij op het terrein van realiteit en wanneer bracht ik mezelf onder een soort zelfhypnose? Een moeilijke vraag. Ik voelde me alleen eerbaar daar waar ik trouw bleef aan mezelf.
Trouw blijven aan jezelf is een fantastisch advies aan iemand die weet wie en wat hij is. Bij mij was dat niet zo en ik betwijfelde of dat bij anderen wel het geval was. Ik zag het als mijn taak om een identiteit te vinden, een eigen wereldbeschouwing.

Zo’n levensbeschouwing vinden werd mijn eerste bewuste beslissing in het bouwen van mijn persoonlijke eer. Het werd me steeds meer duidelijk dat alleen de inschatting van werkelijk alles - mijzelf daarbij inbegrepen - binnen de context van een grotere orde, op den duur een succesvol spoor zou opleveren dat me zou kunnen helpen de consequenties van mijn beschouwingen te accepteren.

Terugblikkend kan ik nu zeggen dat de eerste duidelijke gevoelens van waardigheid en eer pas veel later opdoemden, pas na vele jaren praktisch toepassen van mijn prille gedachten. Het zijn geen grootse of prachtige emoties, eerder de zeer aardse erkenning van stabiliteit, tevredenheid en dankbaarheid.

Julian Dickreiter, Duitsland

Leeftijd van 32 tot 45 jaar – de eer een zelf gekozen moraliteit te vormen die gebaseerd is op redenen en noodzaak

Lars Bjerregaard zit midden in de ervaring van deze leeftijdsgroep. Hij is IT computer consultant in Denemarken.


Lars Bjerregård

Ik wil graag proberen om iets over eer te zeggen en wat eer betekent voor mij als man van veertig jaar. Ik denk dat het concept van eer een van de meest onbegrepen zaken in het menselijk leven is en dat er veel afschuwelijke zaken gedaan worden uit naam van eer. Voor mijn gevoel is het werkelijke begrip van wat eer is in de huidige wereld verloren gegaan. Tegelijk geloof ik dat eer iets heel reëels is dat door iedereen ervaren kan worden of iemand dat concept nu begrijpt of niet. Want eer draagt een essentie in zich die een heel specifiek gevoel in ons doet oprijzen als het er is. Daarom zijn we allemaal in staat ons eraan te relateren en de ervaring er van te hebben. Ik denk dat ieder mens ooit in zijn leven wel een gevoel van eer heeft ervaren, misschien zelfs tot zijn eigen verbazing. Voor sommigen is het deel van een persoonlijke leidraad geworden in het dagelijks leven.

Om te beginnen heb ik vaak het gevoel dat eer geassocieerd wordt met ‘het juiste te doen’. En misschien ligt daarin een grote hoop omdat we allemaal uitgerust zijn met zoiets prachtigs als ‘het geweten’. De taak van het geweten is om ons voortdurend te vertellen wat ‘het juiste is’ als we gehoor aan dat geweten geven. Iedereen heeft een geweten. Vervolgens houdt ‘de reden waarom we iets doen’ daarmee verband. Voor mij is dus een begindefinitie van eer ‘het juiste te doen om de juiste redenen.’ Wat daar vaak bijkomt is ‘doen op het moment dat het gedaan moet worden’. Als ik daarover denk, begint het wat duidelijker te worden. Als mijn geweten me vertelt dat iets goed is om te doen en ik voel dat ik het om een goede reden kan doen, gebeurt er iets als neveneffect van de uitvoering ervan wat je makkelijk over het hoofd kunt zien. Het is een gevoel dat door eer wordt voortgebracht. Daarom kennen we de term ‘je eervol voelen’ doordat je iets doet. Eerbaarheid brengt ook een gevoel van je schoon voelen met zich mee. Dus als ik erover nadenk wat het betekent een schoon leven te leiden, kan ik dat gevoel van eer gebruiken als een intern kompas, in de wetenschap dat als ik ‘het juiste doe om de juiste reden’, ik me schoon en eerbaar over iets kan voelen en achteraf over mijzelf.

Ik denk dat eer een van de wezenlijk belangrijke zaken in het menselijk leven is en ik weet dat het dat voor mij is. Ik vraag me daarbij steeds af: wat is er dan zo belangrijk aan eer en waarom bestaat het eigenlijk? Dat zijn grote vragen. Iets heeft ons een geweten meegegeven en dat vertelt me dat het belangrijk is voor wat ons in de eerste plaats gemaakt heeft. We zijn allemaal toegerust met een ingebouwd weten over goed en kwaad dat ons in staat stelt uit te stijgen boven barbarij en wreedheid en dat ons in staat stelt ons te verfijnen tot betere mensen en grootse kunsten en wetenschappen voort te brengen en al die andere grote dingen die we met menszijn associëren.

Dit zijn voornamelijk mijn gedachten over persoonlijke eer, maar ik heb ook wat gedachten over de eer van een groep mensen, of een natie, of het totaal der mensheid. Waarschijnlijk hebben de meeste van ons op een bepaald moment in ons leven een band en een speciaal gevoel ervaren met de plaats waar we leven of de plaats waar we geboren zijn en voelen we oprechte trots als we er aan denken dat onze staat ‘het juiste’ heeft gedaan. Daarin kunnen we een glimpje eer ervaren van iets dat groter is dan wijzelf. Ik denk dat eer een heel belangrijk attribuut is van het menselijk leven en dat het een onderdeel is van een waarachtig moreel kompas dat ons ertoe aanzet om onszelf te verbeteren als individu en als menselijk ras.

Lars Bjerregaard - Denemarken

De leeftijd van 45 tot 55 jaar – het vestigen van de eer van persoonlijke integriteit en innerlijke zekerheid

Thelma Bisshop heeft deze leeftijdsgroep door en door ervaren. Ze is grootmoeder en heeft een volledige baan als ontvangstcoördinator op een advocatenkantoor in het Verenigd Koninkrijk.


Thelma Bishop

Of je het je nu wel of niet realiseert, ik zou denken dat iedereen eer heeft. Er is een gezegde dat erover spreekt dat het altijd gaat om de reden waarom je doet wat je doet. Zo kan bijvoorbeeld ‘willen betalen voor wat je krijgt’ voortkomen uit conformisme, uit een angst voor wat anderen wel niet van je zullen denken, als je dat niet doet. Maar, het kan ook voortkomen uit de eer die in je leeft. En alleen jijzelf kent het verschil, want eer is iets INNERLIJKS, het is privé en persoonlijk. Je kunt werkelijk het verschil in jezelf voelen. De daad van betalen voor jezelf ziet er aan de buitenkant precies hetzelfde uit, of je handelt vanwege conformisme of vanuit eergevoel, maar JIJ kunt het verschil registreren van hoe het binnen in je aanvoelt. Iets doen vanuit eer voelt anders. Er zijn vele soorten eer en ook vele manieren waarop die zich kunnen uitdrukken.

Toen ik besloot dit stukje voor de Topaz te schrijven zei ik tegen een vriendin: ‘ik zou graag iets over eer schrijven, maar ik weet niet zeker hoe ik over eer in mijn leeftijdsgroep moet schrijven’. Met een twinkeling in haar ogen antwoordde ze: ‘waar zou je nu anders vanuit kunnen schrijven?’. Dat klinkt redelijk, dus hier volgt het.
Eer is een innerlijke essentie en een gecodeerde eigenschap die iemand zekerheid en veiligheid verschaffen over wat hij voor zichzelf als heilig beschouwt.

Er is een gezegde doorgegeven in de lange lijn van de menselijke geschiedenis die zegt, ‘liever dood dan oneervol’. Dat geeft iets aan van de kracht van eer die mensen in zichzelf kunnen opbrengen en voeden als ze dat willen. Het kan best zo zijn dat voor een ‘man van eer’ lichamelijke dood eerder te verkiezen is dan innerlijk sterven, omdat eer een innerlijk levende ‘waarachtige intactheid’ is die de persoon zelf geworden is. Daardoor kent en herkent iemand zichzelf. Dus om het te ontberen of tegen zichzelf in te gaan is voor zichzelf te ‘sterven’. Het is iets heel krachtigs, een gewijde eigenschap, volkomen individueel voor elk leven. Het heeft heel veel te maken met wat je eenvoudigweg niet zult doen en wat je daarom wel moet doen. Het is het licht waardoor iemand weet wie hij is.

Op mijn leeftijd van 54 weet ik dat ik voort kan gaan in het licht van de eer van wat er is volbracht en uitkijkend naar de eer die nog verworven moet worden, in de wetenschap dat vele dingen na de dood kunnen voortleven. Eer is daar een van.

Ik denk niet dat er zoiets als natuurlijke of onnatuurlijke eer bestaat. Eer is eer. En eer lijkt iets anders hoog houden. De vraag is daarom: ‘wat houdt eer in stand en is datgene (on)natuurlijk?’, want er bestaat bijvoorbeeld zoiets als een ‘erecode’ onder dieven.

Het is dus een kwestie van wat die eer hoog houdt en dat is de verantwoordelijkheid van ieder om dat zelf te ontdekken. Voor iemand die probeert de waarheid over leven en sterven te onderzoeken, is het natuurlijk een stap voor stap levensreis om uit te vinden wat hij voor zichzelf hoog wil houden.

Thelma Bishop - Engeland

Leeftijd van 55 tot 65 jaar – de eer om de vele ervaringen van het leven in wijsheid om te zetten

Alison Reynolds zit middenin deze leeftijdsgroep en werkt in Engeland in workshopsituaties met vele anderen in dezelfde leeftijdsfase.


Alison Reynolds

Op deze leeftijd begint het duidelijk te worden dat dingen beginnen te veranderen. Je hebt niet langer dezelfde kracht als in je jeugd. Je geheugen is niet meer zo scherp als je gewend was. Je begint misschien zelfs iets langzamer auto te rijden - niet plotsklaps, maar als aankondiging dat dingen beginnen te vertragen.

Tegelijk komen er andere dingen in het spel zoals meer wijsheid en minder naïviteit over de wereld en mensen; veel ervaringen heb je al gehad. Dat kan leiden tot een rijkdom aan begrip, vaardigheden en bekwaamheden op velerlei gebied, van bijstand bieden bij de begeleiding van het eerste kleinkind tot onmisbare zakenkennis.

Ik voel ook dat het een leeftijd is waarop je de voldoening kunt gaan voelen over wat er tot dusver in het leven is gebeurd en wat er nu mogelijk is. In onze jeugd hebben we allemaal onze hoop, dromen en aspiraties. Sommige daarvan zijn uitgesproken, andere zijn vager en meer onbepaald en terwijl we door de turbulente jaren van de middelbare leeftijd gaan, blijkt het vaak niet zo uit te komen als we gedacht hadden. Op deze leeftijd lijk je in kalmere wateren te komen, waar je kunt beginnen terug te kijken op wat je gedaan en ervaren hebt, wat het leven met je gedaan heeft en begin je de draden aan elkaar te knopen om tot een acceptatie te komen. Wat gedaan is, is gedaan en het is tijd verder te gaan naar de volgende leeftijdsfase.

Daar komt eer in het spel, want uit de vele levensjaren zijn bepaalde waarden, normen, geloofsovertuigingen, verwachtingen en zekerheden boven komen drijven. Het handhaven en hooghouden van die verworvenheden ben je aan je eer verschuldigd. Hoe ziet dat er dan praktisch uit? Want, wat mij betreft wordt eer niet alleen gevoeld, maar is het ook een actief principe in mijn leven.

Op iedere leeftijd zou het zich laten zien in wat er wordt gedaan en de redenen waarom het wordt gedaan. Daar komt ook een element van bescherming bij. Op deze leeftijd is er een kracht met een diep gevoel van passie over wat je binnen in je hebt gebouwd, over de zienswijzen die je hooghoudt, de waarden waartoe je bent gekomen, die anders is dan de vurige motivatie van de jeugd; het is dieper, solider, meer verankerd. Er is zekerheid over wat je van waarde acht, wat van belang is en daarom kijk je er naar uit hoe je dat veilig kunt stellen, hoe je de best mogelijke omstandigheid kunt bieden om dat te groeien, hoe het beschermd kan worden en tot bloei kan worden gebracht. Je moet er nog steeds voor werken, maar op deze leeftijd gaat het meer om het verdiepen en bekrachtigen van alles wat zich al gevormd heeft.

Dit is niet een leeftijd van een beweging naar een einde, maar van een ander soort begin. Een begin in rustiger vaarwater waarin diepere kwesties met betrekking tot wat het betekent om te leven vanuit een sterkere ervaringswijsheid bekeken kunnen worden.

Alison Reynolds - Engeland

De leeftijd van 70 en verder – de eer waarin de wijsheden van een leven uitgekristalliseerd worden

Meike Beekhuizen is medeoprichtster van ‘de Cirkel van Wijsheid’, een groep oudere participanten in het werk van de Template Stichting in Nederland en het Template Netwerk wereldwijd.


Meike Beekhuizen

Iemand vroeg mij eens: “Wat is wijsheid eigenlijk?” Ik antwoordde: “wijsheid is zoveel mogelijk ervaringen opdoen in je leven om dan daaruit te kiezen wat je mee wilt dragen in je rugzak, om te gebruiken, om ervan te leren, om toe te passen, om er vragen uit te distilleren en om de kwaliteiten ervan op te poetsen.” Dat is een goed begin om hogere wijsheid uit te nodigen.

Toen ik nog jong was hoorde ik de mensen vaak over mijn vader zeggen: “hij is een man van eer en uiterst rechtschapen”. En over mijn moeder zeiden ze: “zij eerbiedigt in deze zijn wensen”. Ik vond dat maar niks, want een leugentje zo nu en dan maakte het leven veel gemakkelijker. Ik vond mijn vader te streng en mijn moeder te zacht en daardoor zwak.

Nu ben ik diep in de zeventig en ik kijk terug en zie dat mijn vader een moedig man was, een man van eer, die rechtschapenheid hoog in zijn vaandel droeg. Hij heeft het daardoor niet makkelijk gehad omdat hij daarmee anderen een spiegel voorhield waar ze niet graag in keken, omdat dat om wilskracht vroeg.

Mijn moeder die de kwaliteiten van eer en rechtschapenheid in mijn vader herkende en erkende, vormde een brug naar haar kinderen door zo nu dan een leugentje door de vingers te zien, omdat ze zag dat wij jongeren onze wilskracht nog moesten opbouwen en vaak nog struikelden doordat de stenen voor het fundament van het leven nog niet hun plaats hadden gevonden.

Nu zie ik mijn vader als een Rots en mijn moeder als Moeder Aarde.

Meike Beekhuizen - Nederland

Een samenvatting van ‘eer gedurende 7 levensfasen’

Als een pasgeborene kon spreken, zou hij of zij wellicht het volgende over eer te zeggen hebben: ‘Nu ik met dit onbekende nieuwe lichaam, dit veelzijdige voertuig, met al die kracht en merkwaardige armen en benen ter wereld ben gekomen...zou iemand me misschien kunnen leren hoe ik dit allemaal kan gebruiken? Ik wil alles uitproberen. Wat is er allemaal mogelijk? Kan iemand me helpen om succesvol en nuttig te zijn voor mezelf en voor anderen? Ik wil niet stil in mijn bed blijven liggen voor de rest van mijn leven. Daar zit geen eer in voor mij, nu ik hier ben gekomen. Ik wil graag zoveel mogelijk vaardigheden en manieren leren. Daar sta ik heel erg open voor! Ik zie er geen eer in om mijn energie er wild en zonder enige betekenis uit te laten komen. Dat geeft me geen succes en maakt me onbemind en afgewezen. Laat iemand me alsjeblieft een paar fantastische manieren van leven leren!’

In de puberteit zou een kind misschien zeggen: ‘Ik weet dat er domme en slimme dingen bestaan. Maar waarom bied je me dan niet heel veel verschillende wijze opties aan om uit te kiezen? Waarom moet je me altijd in de richting duwen die jij voor ogen hebt? Ik wil mijn eigen keuzen kunnen maken. Want daardoor kan ik in contact komen met mijn eigen eer. Kan iemand me daarom niet een heleboel keuzen voorschotelen die allemaal wijs, succesvol en mogelijk zijn…, zodat ik van daaruit mijn eigen leven vorm kan geven? En die me LAAT ZIEN waarom domme dingen dom zijn, zonder me de les daarover te lezen. Want anders kan ik die domheden wel eens als mijn eigen bijbel kiezen, omdat ze me de eer geven van mijn eigen beslissing, dom of niet.’

Als iemand de helderheid had zou hij in het beginstadium van volwassenheid kunnen zeggen: ‘Ik heb zoveel vragen. Kan iemand me helpen de werkelijk belangrijke te vinden? En als dat niet teveel gevraagd is, kan ik dan wat manieren aangereikt krijgen over hoe ik zelf antwoorden kan vinden op mijn vragen? Ik ben niet naar andermans antwoorden op zoek, ik wil gewoon inspirerende manieren om die zelf te vinden. Want in het vinden van de belangrijke vragen en die zelf kunnen beantwoorden, kan ik in contact komen met de eer die me een gevoel geeft van wie ik ben, de eer van een nuttige identiteit.’
Op middelbare leeftijd zou iemand over zijn of haar eer kunnen opmerken: ‘Geef me iemand om mijn geest te scherpen. Geef me verantwoordelijkheden met andere mensen om de eer te testen die ik tot nu gevormd heb. Laat er mensen zijn die me mijn zwakke plekken reflecteren zonder me te willen vernietigen, mensen die bereid zijn me uit te dagen, me te helpen door me te corrigeren om een sterker en een meer ervaren eer te bouwen met een betere reden.’

Dan verandert de toon, in relatie tot eer, na zijn of haar 45ste jaar: ‘Voor mij bestaat eer uit wat ik kan geven, in hoe ik kan helpen, in het bieden van leiderschap aan anderen, dienstbaarheid, het strekken tot voorbeeld en aanmoediging.’

Over eer van iemand ouder dan 55 zou iemand wellicht kunnen zeggen: ‘Ik wil geven, dienst verlenen, leiding geven, en nog veel meer... als dat helpt en niet, als het niet helpt. Er ligt geen eer besloten in hulp aan anderen als het hen niet tot eer strekt, zelfs als ze geholpen willen worden vanwege motieven die op een ander plan leven dan dat van eer.’

In iemand ouder dan 70 zou eer misschien zeggen: ‘Ik ben beschikbaar. Ik ben de reflectie van mijn eer.’

top of page
Copyright 2001-2019 De Template Stichting, alle rechten voorbehouden.

Deze pagina is geprint d.d. maandag, 16 september 2019
van http://www.templatenetwork.org/topaz/12/nl/06.html

Uw aanmeldingen, brieven, vragen en adreswijzigingen kunt u sturen naar:

Template Stichting
T.a.v. Topaz
Wassenaarseweg 75/210
2223 LA  KATWIJK (ZH)
 
Telefoon: 071 - 514 0152
Telefax: 071 - 514 4382
E-mail: topaz@template.nl
Website: www.template.nl