Kunst en Educatie

Door Josina van Schaik, Nederland

Kunstenaar Miriam Abrahamson geeft kunstonderwijs op een basisschool in Opper Gallilea (Israël) waar nieuwe educatieve concepten en leermethoden geïmplementeerd worden, met als voornaamste motto dat leren plezierig moet zijn. Het academische curriculum wordt als medium gebruikt om ruimte te scheppen voor een breed scala aan attitudes, denkwijzen en kwaliteiten die kinderen leren hoe ze een succesvol leven kunnen leiden en een volwassene worden met de beschikking over een eigen, vrije geest. Topaz spreekt met Miriam over de onderscheidene functies van kunst en de vitale rol die kunst- en handvaardigheidonderricht spelen in het versterken van balans, zelfvertrouwen en geloof bij kinderen.

Josina: Wat voor functie heeft ‘kunst’ in het lesgeven van kunst en opvoeding?

Miriam: Kunstenaar zijn is één ding, kunstonderricht geven is iets heel anders. Het zijn twee totaal verschillende zaken. Ik geloof erin dat elke leerling de kans moet krijgen zich methoden eigen te maken om zijn kunst en vaardigheden tot uitdrukking te brengen. Je hoeft geen genie te zijn of zogenaamd ‘hoogbegaafd.’ Alleen al door het gegeven van menszijn is elk individu potentieel uitermate getalenteerd op alle denkbare terreinen. Er bestaat niet zoiets als ‘degene die weet hoe je moet schilderen en iemand die dat niet weet.’ Wel zijn er enkelingen die een specifieke gave voor iets bezitten en dat merk je vaak al op jonge leeftijd. Maar meestal is het de invloed van familie, cultuur en ervaring die er voor zorgt dat de ene persoon zich bekwaam in beeldende kunst kan uitdrukken terwijl een ander daarin geblokkeerd is – en alle mogelijke gradaties daartussen in.

Als ik eersteklassers tegenover me heb kijk ik in alle oprechtheid niet naar hen met een blik van: dit zijn kinderen die “mooie” tekeningen maken en dat zijn kinderen die “geen leuke” tekeningen maken. Wat ik zie zijn kinderen met een groter vermogen om zich in kleur en beeld uit te drukken naast kinderen die minder vrij zijn in hun expressie, afhankelijk van het niveau van hun motorische ontwikkeling. Ik zeg niet dat degenen die minder neigen naar expressiviteit, niet kunnen leren de uniciteit van hun persoon en geaardheid te manifesteren in kunst en verbeelding. Dat is nu precies waarvoor ze in de kunstklas zitten: het ontwikkelen van vaardigheden waar ze niet van nature toe geneigd zijn, of waarvoor de aanleg wel aanwezig is, maar zonder de kans zich te ontwikkelen. Ze zitten daar juist om ermee in aanraking te komen en keuzemogelijkheden op het gebied van kunst te genereren.

In de lagere klassen bieden we een breed scala van ervaringen aan. In de hogere klassen richten we ons meer op een bepaald onderwerp waar we dieper op in gaan. Dat brede aanbod in de eerste jaren is nodig om uit te vinden wat voor een kind het beste is. Op de leeftijd van 13-14 jaar zijn jongeren minder bereid zich aan disciplines te onderwerpen waar ze het nut niet van inzien. De puberteit is geen goede tijd om disciplines te introduceren die frequente herhaling en concentratie vergen, tenzij de kinderen een uitgesproken belangstelling hebben voor dat bepaalde terrein. Toch heb ik ook gemerkt dat pubers uiteindelijk iets leuk kunnen vinden ook al zien ze er op dat moment het nut ervan niet van in. Het vraagt er dan wel om dat je samen met hen beredeneert wat de reden is waarom je er op aandringt om iets, b.v. schetsen, te oefenen. Het blijkt voor iedereen van belang successen te boeken, ongeacht de leeftijd. Als iemand ergens succes mee boekt staat hij er meer voor open het nog eens te proberen en er plezier aan te beleven.

Leraren zijn ervoor verantwoordelijk bij het gebruik van technieken te laten zien hoe deze uitgeoefend worden en toegepast op materialen; om van tevoren te bedenken hoe een uitdaging kan worden beantwoord en de kinderen te leiden door de sensaties van het omgaan met materialen. Wat doet het met je als je met waterverf en olieverf werkt, met penseel of houtskool; voelt dat verschillend aan en wat zijn de effecten? Deze week deed ik met de kinderen van de derde klas een les over perspectief: hoe laat je zien dat iets in een tekening dichtbij staat en iets anders verder weg lijkt te zijn? We hadden het over het gegeven dat wat dichtbij staat helder van kleur moet zijn en dat wat verderaf lijkt te staan, matter wordt weergegeven. Grote oppervlakken zoals de lucht kun je beter met waterverf maken. Potloden zijn geschikter om fijne details te tekenen, want als je die met olieverf zou doen raak je hopeloos gefrustreerd. Op dit terrein is begeleiding nodig: met welke reden besluit je welk materiaal je kiest voor een specifiek doel en hoe kun je de verschillende kwaliteiten van ieder materiaal optimaal uitbuiten? Willen ze kunnen beschikken over een bruikbare basis van waaruit ze keuzen kunnen maken, dan moeten ze verschillende mogelijkheden leren kennen. Door verscheidene technieken stuk voor stuk onder de loep te nemen en ze geleidelijk aan ook praktisch te beoefenen leren kinderen hoe het in de praktijk aanvoelt en leren ze hoe een keuze te maken die voor henzelf het beste werkt. Informatie als deze kan er voor zorgen dat het maken van een kunstwerk een vreugdevolle exercitie is in plaats van een frustrerende aangelegenheid. Ik behandel de diverse vaardigheden telkens opnieuw, maar steeds weer vanuit een ander gezichtspunt en in relatie tot een ander onderwerp, zodat alle kinderen de kans krijgen aan boord te komen, niet alleen de snellerikken.

Het levert een groot voordeel op om technieken in combinatie met kunstbeoefening in praktijk te brengen, want als een leerproces samen gaat met ‘praktisch doen’ is de absorptie veel groter; het leren wordt dan een proces dat de gehele persoon omvat. Dat is op zich zelf al van buitengewoon belang, maar bovendien doet het kinderen zich trots voelen en geeft het hun zelfvertrouwen..

Josina: En waarschijnlijk zal het ze hun hele leven bij blijven.

Miriam: Jazeker. In de kunstlessen liggen nog een aantal andere lessen besloten die over het leven zelf gaan: hoe denk je erover, hoe sta je er tegenover? Eigenlijk is het onderwerp ‘kunst’ een middel om kinderen het besef bij te brengen van grotere en uiterst belangrijke dingen, zoals: hoe vraag ik om hulp? Hoe sta ik mezelf toe iets uit te proberen als ik er niet zeker van ben waar het op uit zal draaien? Hoe kan je leven met het gegeven dat je niet perfect bent en dat je nog vele fouten te wachten staan? Hoe leer je jouw eigen werk accepteren, zelfs als je andermans werk beter vindt? Hoe raak je niet ontmoedigd als je iets niet begrijpt, of als iets je niet lukt? Hoe stel je een vraag op een open wijze? Als je een succesvol leven wenst, dan zijn dit zwaarwegende zaken. Zo vaak hoor ik een kind zeggen: ‘kijk nou toch hoe afschuwelijk het is geworden. Het is totaal onmogelijk, ik houd er mee op.’ Dan zeg ik:‘als je me nu eens niet vertelt dat je jouw schildering hebt verknoeid, maar me vraagt: ‘wat kan ik doen zodat het meer lijkt op dat wat ik van plan was?’ Als ik zoiets zeg, zie de gezichten opklaren, want ik laat een opening zien waar ze eerst alleen maar tegen een muur opliepen. ‘Als je een beker probeert te tekenen en hij valt te breed uit en jij zegt dan dat hij er lelijk uitziet, help je jezelf niet echt, want je geeft jezelf geen enkele helderheid over waar je nou eigenlijk moeite mee hebt. Nadat je hebt geconstateerd dat je teleurgesteld bent – en dat is heel begrijpelijk – zou je jezelf de volgende vraag moeten stellen: ‘wat is er aan de hand met die tekening?’ Heb je eenmaal vastgesteld dat de beker te breed is, dan weet je ook dat je hem smaller moet maken. Als je niet weet hoe je dat moet doen, kun je om mij hulp vragen. Dan is het voor mij als lerares mogelijk je te helpen. Dankzij alle fouten die ik in mijn eigen werk heb gemaakt ben ik een magiër geworden in het oplossen van problemen. Maar ik kan je niet helpen als je zegt: ‘het is afschuwelijk’; daar valt toch niet over te argumenteren?’ Zo is het nu een codering geworden dat ik zeg: ‘in plaats van me te vertellen dat je het niet kan, vraag je me hóe je het kan doen en daarmee zal ik je helpen’.

En het werkt! Een van de meisjes begon altijd oprecht te huilen als iets haar niet lukte. Jaar in jaar uit heb ik haar die zelfde mantra gegeven. Nu zit ze in de derde klas. Dit jaar vroeg ze me haar te helpen. Ze zei: ‘hoe kan ik deze takken makkelijker en buigzamer krijgen dan ze nu zijn? Het lukt me niet om de vorm goed te krijgen.’ Dat is echt een stap voorwaarts! Hulp vragen is een kunst die je leven verandert. Ze zullen meer hulp krijgen van de wereld om hen heen, als ze de juiste vragen weten te stellen. Vergeet die kunst maar, vergeet het schilderen, het is allemaal secundair als ze maar leren hun vraagstelling om te buigen naar een specifiek onderzoek want dan zullen ze in hun leven hun wensen meer vervuld krijgen.

Wat me boeit in het kunstonderwijs is de ruimte die het laat voor uniciteit, naast de uitstekende training die het biedt in communicatieve vaardigheden en methoden van denken. Het geeft je ook de daadwerkelijke ervaring dat de aard van een proces het resultaat wezenlijk beïnvloedt en dat het proces net zo belangrijk is als het resultaat - zo niet belangrijker, vanuit het standpunt dat binnen een proces altijd verandering mogelijk blijft.

Josina: Zijn er specifieke regels en vrijheden?

Miriam: Als je iets goeds tot stand wilt brengen moet je ook iets goeds projecteren. Dat vraagt om een schone ruimte, zowel fysiek als elektromagnetisch en een heldere sfeer. Het is zinloos om te proberen verfijnde kunst te beoefenen als je zelf in een armzalige staat bent of werkt in een smerige omgeving. Het hangt er ook van af wat je bedoeling is. Voor therapeutische doeleinden is een helende, veilige sfeer absoluut vereist. Kunstonderwijs vraagt om dezelfde atmosfeer, want spontane expressie van je gevoelens en je innerlijke leven zijn een wezenlijk onderdeel van werken met kunst. Bij kunstlessen is therapie echter niet het eerste oogmerk. Lessen zijn een omstandigheid voor een doelgericht leerproces die vraagt om een zekere, plezierige, bevorderlijke en positieve sfeer. Ik zeg altijd: ‘als je vandaag iets speciaals wil tekenen, moet jij je vandaag een speciale inspanning getroosten.’

Ik wil de mogelijkheid van de kinderen om de fijnzinniger kanten van kunst en leven te benaderen zoveel mogelijk verruimen. Bij onze eerste ontmoeting maak ik meteen duidelijk dat de kunstles alles te maken heeft met ecologie: zodra ze de klas betreden zijn er bepaalde aspecten die ze niet mee naar binnen kunnen brengen. Een ervan is elkaar uitlachen, een ander om commentaar te leveren op het werk van andere kinderen die daar niet om gevraagd hebben. Ik geef meestal lessen met een nauw omschreven doel. Soms kan dat doel ook zijn om hun eigen vindingrijkheid aan te moedigen, om te zien waarin ze gelokaliseerd zijn, of wat er in hen leeft. Dan zal die les beginnen met: ‘oké, vandaag is het jullie dag, doe wat je wilt. Neem een stuk papier, groot, klein, gekleurd, wat je maar wilt, gebruik alles waar je zin in hebt.’ De meeste lessen ontvouwen zich stap voor stap, want ik neem hen mee in een proces waarin ze nog onervaren zijn. Daarin ben ik de leider. Als leraar moet ik me bewijzen, ik moet hen laten zien dat ik betrouwbaar ben, dat ze met me op stap kunnen gaan. Voor veel kinderen is het een grote opluchting door een proces geleid te worden. Een blanco vel voor je neus krijgen met de mededeling: ‘Alsjeblieft, hier heb je een stuk papier, teken maar wat je wilt en plezier ermee’, kan heel bedreigend zijn. Als je kinderen vraagt iets te doen, moet je hen ook laten zien hoe dat te doen. Dit lijkt zo voor de hand liggend maar in mijn eigen ervaring als student was dat niet vanzelfsprekend. Ik herinner me al te goed hoe het voelde en hoe ontmoedigend het was. Specifieke oefeningen, herkenbaar als onderdeel van een stapsgewijs proces, een goede training, een gedetailleerde evaluatie en oprechte aanmoediging dragen allemaal bij aan het binnenleiden van het kind in nieuwe ervaringen en vaardigheden. Dat leidt tot zelfkennis, een bewust worden van de eigen bekwaamheid, creativiteit en intelligentie. Een andere doelstelling - eigenlijk een bijkomend effect - is om één ding te doen met een veelvoud aan resultaten. Het is alsof je zaadjes in iemand plant waardoor hij zijn eigen uniekheid leert zien en waarderen, terwijl hij in dat creatieve proces verwikkeld is. Ik probeer via kunst informatie en waarden door te geven die ik zelf nuttig vind voor mijn leven en waarvan ik geloof dat ze ook relevant zijn voor het leven van de kinderen.

Josina: Kun je een voorbeeld geven van attitudes die betrekking hebben op het leven in algemene zin?

Miriam: Het is belangrijk om te leren dingen te zien voor wat ze zijn, op zich zelf. Dat is een van de belangrijke profijten van het schetsen: het werkelijk verwerven van de kunde om naar iets anders te kijken en te zien wat het is, waar het betrekking op heeft en hoe het “werkt”. En er niet het stempel op te zetten van wat jíj denkt dat het is. Om te leren tekenen is het van levensbelang gebruik te maken van de rechterhersenhelft. Een juiste samenwerking en een goede balans tussen de twee hersenhelften zijn te allen tijde van cruciaal belang. Een ander voorbeeld van houding is het plannen en arrangeren van wat je op papier wilt zien en hoe je dat ordent in overeenstemming met je wens. Het centreren van een onderwerp is een belangrijke functie. Kinderen hebben enig begrip nodig van meetkunde, ze moeten iets afweten van driehoeken en inzicht hebben in de radius van een cirkel en alle patronen en vormen die met die kennis kunnen worden afgeleid. Ik zie dat kinderen uit de huidige generatie, die alleen maar op een knop hoeven te drukken om een tekst te centreren, moeite hebben om de logica achter het centreren te zien. Ze hebben het nodig deze simpele dingen aan den lijve te voelen. Ik geloof dat het leren hoe een bladzijde in te delen - zelfs hoe een simpel felicitatiekaartje te maken - iets belangrijks is. Een pagina indelen of uit de hand een rechte lijn trekken activeert een verbindende functie tussen het lichaam en de hersenen. Het brengt een kind meer in balans. Als iets niet juist is, moeten ze onder woorden brengen wat er niet klopt en dat vervolgens ook veranderen. Dit is een ander belangrijk denkpatroon: inzien dat een gemaakte fout uitstekende informatie geeft, want het vertelt je hoe je het beter kan doen of hoe je iets voor elkaar kunt krijgen. Het is excellente informatie om te detecteren wat er fout is, anders zou je daar niet achter kunnen komen. Het is een manier om met de werkelijkheid in aanraking te komen. Daarom is het kunsteducatie meer dan alleen maar educatie in kunst. Dat geldt niet alleen voor het kunstonderwijs, maar ook voor bijvoorbeeld de gymnastiekleraar die middels sport en lichamelijke oefening kan werken aan bepaalde levenskwaliteiten. Voorwaarde is wel dat er gewerkt wordt in een omgeving waar alle betrokkenen dezelfde waarden onderschrijven, zodat er in die gemeenschappelijke ecologie geen contradicties of wrijvingen blijven hangen. Dat is van levensbelang voor de innerlijke samenhang en vrijheid van de kinderen.

top of page
Copyright 2001-2019 De Template Stichting, alle rechten voorbehouden.

Deze pagina is geprint d.d. zondag, 15 december 2019
van http://www.templatenetwork.org/topaz/15/nl/11.html

Uw aanmeldingen, brieven, vragen en adreswijzigingen kunt u sturen naar:

Template Stichting
T.a.v. Topaz
Wassenaarseweg 75/210
2223 LA  KATWIJK (ZH)
 
Telefoon: 071 - 514 0152
Telefax: 071 - 514 4382
E-mail: topaz@template.nl
Website: www.template.nl